Maak hieronder je keuze:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Ambrozijn – Botsjeribo

AmbrozijnMet Botsjeribo is Ambrozijn aan haar vijfde album toe. Ambrozijn bestaat inmiddels reeds acht jaar en heeft in die periode heel wat muzikale watertjes doorzwommen. En ook aan gedaanteverwisselingen was de groep niet vreemd. Wat eens een 8-koppige groep was met onder andere twee zangeressen is vandaag weer het trio met wie het acht jaar geleden allemaal begon: gitarist Tom Theuns die voor het nieuwe album de meeste nummers schreef en eveneens de zang voor zijn rekening nam, accordeonist Wim Claeys en violist Wouter Vandenabeele.

De CD zelf is opgedragen aan (Frans) Bretagne, de streek waaraan de groep – en dan vooral Theuns – haar muzikale hart veloor en waar de groepsleden in aanloop van de nieuwe CD regelmatig vertoefden. Resultaat is dat heel wat van de nummers werden geschreven in Bretagne waardoor er op het album ook enkele Bretoense invloeden te bespeuren zijn. Nochtans zou je gerust kunnen stellen dat Botsjeribo een folk-CD is in de breedste zin van het woord. De plaat biedt namelijk een leuke mix van – soms poppy – luisterliedjes en pure folknummers met centraal de viool en accordeon. En hoewel de CD over het algemeen Engels- en Franstalige liedjes bevat, is de instrumentale inbreng zeer groot. De meeste liedjes zijn dan ook ruim verweven met instrumentale stukken en zeer knappe melodieën.

Met deze nieuwe CD slaat Ambrozijn in vergelijking met hun vorige albums alleszins een nieuwe muzikale weg in. Het album bevat heel wat ‘oud’ materiaal van Tom Theuns, nummers die lange tijd in de schuif lagen maar nu terug werden opgevist en herwerkt. Vandaar ook de keuze voor heel wat Engelstalige liedjes, een taal die de zanger-gitarist beter afgaat dan het Nederlands of Frans. Verder bevat de CD eveneens enkele nieuwe liedjes of melodieën van de hand van Claeys of Vandenabeele.

Het album start alvast sterk met Like I was to blame en The days in Robin’s house, twee hedendaags klinkende songs van Theuns’ hand. Het eerste klinkt vrij folky met vooral knappe instrumentale intermezzo’s, het tweede is een mooi ingetogen luisterlied.
Het sfeervolle Scottisch for a happy new year bouwt mooi op, beginnend met mondharp en viool, en vervolgens aangevuld met banjo, accordeon en gitaar om zo tot een pure folksong te komen. Helemaal anders klinkt The disciple song, een intiem jazzy lied waarbij de begeleiding werd ingeroepen van een heus strijkensemble. Zeer ‘on-folky’, maar daarom niet minder goed. Aan A song moeten we zoals de titel al doet vermoeden niet veel toevoegen: gewoon een degelijk liedje, zonder meer. Hetzelfde eigenlijk wat we kunnen zeggen over Hopping.

Tomorrow’s memory is – naast onder andere The cottage of lost play – één van die liedjes op de plaat die uitblinken in een perfecte combinatie van een toffe zangpartij en dito instrumentale begeleiding. De prijs voor de knapste intro gaat trouwens ook naar Tommorow’s memory: wondermooie melodie! Dat deze intro meer dan een minuut duurt nemen we er dan ook zeer graag bij.

Er staan drie volledig instrumentale nummers op de CD. Het traditionele Moving cloud is er eentje van: kort en krachtig, leuke Ierse pubambiance met centraal de accordeon van Wim Claeys. Doedelyoudo?, een heel leuk zelfgeschreven instrumentaaltje van Claeys is van hetzelfde laken een broek, zij het dat hier ook nog de banjo op de proppen komt. Het derde instrumentale nummer Gabormazurka is er dan weer eentje van violist Wouter Vandenabeele. Deze mazurka wordt zeer mooi en zonder veel franjes vertolkt op enkel viool, accordeon en gitaar.

Het titelnummer Botsjeribo is dan weer niet meer, maar ook niet minder dan een roepliedje om de koeien op stal te krijgen. Gehoord en ‘gepikt’ van op de Bretoense weiden zeg maar… De originele versie – gezongen door een oud vrouwtje – staat bovendien als bonustrack op het einde van de CD.
Jésus qui joue l’ accordion is zowat het meest experimentele nummer op het album. Op een mysterieuze wijze en met een sterk refrein wordt in dit nummer de accordeon bezongen. Al even mysterieus vangt Party at Mrs Garriocks aan. Deze track begint met een intieme, laag gezongen zangpartij, begeleid met idyllische klanken op synthesizer, om halfweg over te gaan in een ware Griekse sirtaki die steeds sneller en sneller wordt gespeeld: ietwat apart, maar best wel tof.

Het beste hebben de heren van Ambrozijn gelaten voor het einde. Dessus la mer coulante, een heerlijk walsje en tevens één van de recentere nummers, is absoluut een pracht van een afsluiter. Dit Franstalige liedje – het tweede op de CD – begint met een lange maar heerlijke intro en het kent zonder twijfel de leukste melodie van de plaat. Dessus la mer coulante is dan ook een wondermooi slot van zeer genietbaar album.

|Wouter|

Op het Folkfestival van Dranouter 2004 sprak Folkspot.be met Ambrozijn-accordeonist Wim Claeys onder meer over de nieuwe CD Botsjeribo. Het interview kan je hier lezen.

Discografie:
• Botsjeribo (2004). LC Music
• De hertog van Brunswyk - Ambrozijn & Paul Rans (2003). Coda
• Kabonka (2002). Music & Words
• Naradie (2000). Virgin
• Ambrozijn (1998). Music & Words

Website Ambrozijn

Top


Ceili Moss – Glad to find you well

Ceili MossCeili Moss is een grotendeels Waalse band die al sinds 1996 de Belgische podia afschuimt met aanstekelijke folken folkrock. Echte feestmuziek, wat zelfs uit hun groepsnaam af te leiden is. 'Ceili' is het Gaelische woord voor feest of fuif.

'Glad to find you well' is de tweede cd die ze in eigen beheer uitbrachten. De vorige, 'Be there & be drunk', dateert al van 2001 en daarvoor brachten ze al een demo en een live cd uit.

Op 'Glad to find you well' staan 13 nummers van divers pluimage. Je hoort natuurlijk dat ze niet over een hoog productiebudget beschikten, maar dat geeft het cd-tje net die live-touch mee. Mooi meegenomen voor een groep die waarschijnlijk live nog veel meer potten breekt dan op cd.

Opener Seagull is een leuk gitaarriedeltje dat naadloos overgaat in een vrij originele versie van het oertraditionele Hot Asphalt, met een knappe 2de stem van zangeres Sophie Toth, die ook op heel wat andere nummers voor de vrouwelijke toets zorgt. Opnieuw naadloos wordt er overgegaan naar The Gael, folkrock met een hoog dansgehalte. Het eerste trio songs mag er alvast wezen en zet de toon voor een cd die hoge verwachtingen schept.

De melodie van Ship of fools deed mij heel erg denken aan 'Kannie lezen en nie schrijven' van de Nederlandse Veulpoepers. De zang kwam een beetje geneuzeld over, een euvel dat wel op meerdere tracks voorkwam, maar de samenzang werkte wel en de melodie is aanstekelijk.

Met Suil a Ruin brak het aanstekermoment van de cd aan. Het is natuurlijk een Ierse klassieker die al in ontelbare uitvoeringen te horen was. Ik had ze eerlijk gezegd liever door een vrouw horen zingen. Gelukkig volgde meteen een nummer met de veelbelovende titel Psychefolk, een geslaagde poging tot 'mouth music' met een opzwepende percussie.

Dies Irae was een beetje een sfeerbreker. Het is een Franstalig nummer dat eerder bij pop dan bij folk aanleunt. Lang geen slecht nummer, zeker dankzij een sfeervolle mondharmonica, maar een beetje ongelukkig geselecteerd voor deze cd. Dat andere Franstalige nummer, Tout va bien, tapte dan wel weer uit een folkvaatje en laat een wals horen die twijfelt tussen blijheid en tristesse, met een accordeon die het ritme aangeeft.

Het instrumentale The Bee en het gezongen As far as the eye can see zijn eigen nummers die mij wat te braafjes overkwamen, hoewel het laatste een tof, herkenbaar refrein in zich schuil hield. December kon mij veel meer bekoren. Ceili Moss schreef zelf de tekst voor een traditionele melodie en laat het wonderwel samensmelten tot een uiterst genietbaar nummer, zelfs gekruid met Arabische invloeden.

Bij de duizend-en-eerste versie van The Drunken Sailor heb ik niet te lang stilgestaan wegens niet echt vernieuwend en nogal overbodig, maar met de vocale uitsmijter The Praties go small toonde Ceili Moss zich tot slot toch weer een goed op elkaar ingespeelde groep.

Slotsom: 'Glad to find you well' is een cd die smaakt naar meer. Zeker naar een live-optreden want daar ligt de grote sterkte van Ceili Moss. Grootste probleem is dat ze van verschillende walletjes willen eten. Deze cd komt dan nogal eclectisch over. Op een live-optreden kan alles, maar een cd hoort toch meer een geheel te vormen. Maar je hoort dat Ceili Moss klaar is voor het betere werk. Het zijn stuk voor stuk goede muzikanten met de juiste folkspirit. Een even begeesterde platenfirma en een goede producent zijn alles wat deze groep nodig heeft om het met hun volgende plaat helemaal te maken.

|Stijn|

Discografie:
• Glad to find you well (2003). Ceili Moss
• Be there & be drunk (2001). Ceili Moss
• Live à l'Eblouissant (1999). Ceili Moss
• Demo (1998). Ceili Moss

Website Ceili Moss

Top

Croft No Five – Attention all personnel

Crof No FiveUit Schotland komen de laatste tijd heel wat frisse folkwinden onze richting uit. Artiesten als Shooglenifty, Peatbog Faeries, Tartan Amoebas, Simon Thoumire en Martyn Bennett zijn niet vies van een sampletje hier of daar en mengen met verve hun Schotse folkroots met de meest uiteenlopende muziekstijlen, gaande van reggae over salsa tot funk, hiphop en techno.

Aan dit indrukwekkende lijstje mogen sinds kort de jonge snaken van Croft No Five worden toegevoegd. Op hun eerste cd, Attention all personnel, ‘crossen ze over’ dat het een lieve lust is en het resultaat mag er wezen.

Opener Cutting the cake valt al meteen met de crossover-deur in huis. Een traditionele fluit kruist de degens met moderne gitaarriedels. De drum klinkt ergens in het ijle. Ook Release da hounds krijgt een funky versie mee. Een intro op accordeon en basgitaar, een duel tussen fluit en accordeon en een reel met de nodige distortion, meer moet dat niet zijn. Lanark is pure chill out om heerlijk op weg te dromen.

De naam Phat jigs geeft goed weer wat je mag verwachten: vette muziek met een dikke baslijn en schitterend vioolspel. Ook Legless doet zijn naam eer aan. Probeer maar eens te dansen op zoveel tempowisselingen. Je zou van minder je benen verliezen. Knightmare duurt maar liefst 8 minuten, maar dat is zeker geen minuut te veel. Trage en snelle tunes wisselen mekaar af. Track 1 (op de cd pas op de 9de plek, verwarring alom) is zonder meer een van de beste nummers op de plaat. De laatste track van het album, Escape from Alvie, eindigt dan weer op een rustige, voortkabbelende manier met een slome gitaar en trage accordeon.

Waarlijk een mooi plaatje van een veelbelovende groep. Mochten ze binnenkort op een podium in uw buurt staan: go check them out!

|Stijn|

Discografie:
• Attention all personnel (2001). Foot Stompin'

Website Croft No Five

Top


Gerry De Mol & Eva De Roovere - Min & Meer

Min & MeerHoog tijd voor een streepje Nederlandstalige folk annex kleinkunst op Folkspot.be. Muzikale duizendpoot Gerry De Mol en Vlaamse folkdiva Eva De Roovere zorgen met hun nieuwe plaat Min & Meer weer voor heerlijke momenten van muzikaal luistergenot. Na Kleine Blote Liedjes, het eerste album dat ze als duo opnamen, hebben ze opnieuw een pareltje van een CD in elkaar gestoken met daarop stuk voor stuk heel sfeervolle nummers, voornamelijk van de hand van Gerry De Mol. En hoewel ook deze plaat siert in haar eenvoud, klinken de liedjes toch iets minder bloot dan op de vorige CD. Er werd deze keer dan ook met een hele resem ongewone instrumenten geëxperimenteerd en met een heleboel gastmuzikanten samengewerkt: Vera Coomans, Mich Walschaerts (Kommil Foo), Gert-Jan Blom (die tevens de productie deed), Ivan Smeulders, Frédéric Malempré, Lode Vercampt, Wouter Vandenabeele (Ambrozijn), Pedro de Castro en Luc Van den Bosch.

Op het openingsnummer Ooit krijgen Gerry en Eva alvast het vocale gezelschap van Vera Coomans, met wie ze dit lied reeds eerder op het podium brachten op het Oblomow’s Ladies Night programma. Met haar heser stemgeluid vormt Coomans voor een boeiende tweestemmige tegenpool van de heldere stem van Eva De Roovere, die tevens garant staat voor een leuke klarinetpartij, samen met accordeonist Ivan Smeulders. Het titelnummer Min & Meer is een iets meer uptempo liefdesliedje met een tof melodietje en sobere begeleiding op gitaar, accordeon en percussie. Piraten is dan weer een somber maar niettemin vrolijk klinkend lied van en door Gerry De Mol. Zeer leuk, toffe tekst, met de nodige zeeroverssfeer en Eva die de tweede stem voor haar rekening neemt.

Met Nu is het tijd voor een op en top ‘bloot’ liedje, enkel en alleen met hun tweetjes: Eva aan de zang en Gerry aan de vloeiend tokkelende gitaar. Ook op Teder hart, een nummer van Jacques Brel, doen ze het op die pure, ingetogen manier. Zeer genietbaar en al even bloot is ook het afscheidsliedje Soms is niet voor altijd. Zus en zusje, een liedje over – jawel – twee zusjes, krijgt met de Portugese gitaar van gastmuzikant Pedro de Casto een zuiders fadotintje.

Eén van dé pareltjes op de CD is de Tom Waits-cover Blokje om (The Long Way Home). Om dit nummer op de plaat te kunnen zetten moest de toelating worden verkregen van de grootmeester himself. En het zou hem van weinig goede smaak getuigen moest hij die niet hebben verleend... Norah Jones, die het nummer eveneens coverde op haar album ‘Feels like home’, kan nauwelijks tippen aan deze sublieme Nederlandstalige kippenvel-versie. Bij dit nummer is het echt wegdromen en genieten geblazen. Ook gezellige percussie trouwens (letterlijk en figuurlijk): de door Eva gehanteerde kalfskaak.

Ook aan meer dan degelijke eigen nummers is er geen gebrek. Helemaal niet klein is een leuk musettewalsje, gezongen door Eva en begeleid door gitaar, guitarron (een Mexicaanse basgitaar) en – vooral – de accordeon. Lekker zomers klinkt het Radio 1-hitje Vervellen. Opmerkelijke gastmuzikant op deze track is Mich Walschaerts (Kommil Foo) die zijn lippen mocht tuiten en een vrolijk fluitwijsje ten beste geeft.

Liedje van de maan / Ik wil niet meer met je spelen is een combinatie van twee liedjes: een traditioneel slaapliedje uit Gallicië en een door Gerry De Mol bewerkt Engelstalig kinderliedje. Met Zaventem en Onder in mijn whiskyglas is het volledig de beurt aan Gerry De Mol om de zangpartijen te verzorgen. En dat doet hij zeer pakkend, zichzelf begeleidend op piano tijdens het ene, of op een heel arsenaal van snaarinstrumenten tijdens het andere. En net zoals bij de overige nummers, staan ook deze liedjes bol van symboliek, melancholiek en poëtische teksten. In Zaventem gaat het over de mystiek van de luchthaven, het vliegen, het zweven door de lucht over de kleine wereld... Onder in mijn whiskyglas bezingt een droef verloren gegane liefde.

Afsluiten doet het tweetal nog maar eens in absolute schoonheid met Fifty Fifty, dit maal aangevuld met Lode Vercampt op cello en Wouter Vandenabeele (Ambrozijn) op viool. Dit slotnummer, met een wondermooie melodie en dito stem van Eva grijpt – zoals we wel vaker hebben moeten ondergaan op deze CD – opnieuw recht naar de keel.

Op het schijfje vinden we trouwens ook een leuk extraatje terug (hoewel we dat niet direct zouden verwachten op een puur en bloot album zoals dit): een interactief, grafisch computerspelletje. Het is wel niet echt duidelijk wat de bedoeling ervan is, maar het zit wel plezant en knap in elkaar. Het spelletje zelf is opgebouwd uit tekstflarden en muziekfragmenten van de CD zelf.

|Wouter|

Discografie:
• Min & Meer (2005). Global Daknam Records
• Kleine Blote Liedjes (2004). Global Daknam Records

Website Kleine Blote Liedjes

Top

Dervish – Spirit

DervishDervish is al vele jaren een vaste waarde in de Ierse traditionele folkwereld. Cathy Jordan en haar kompanen kennen de knepen van het vak en beheersen de Ierse jigs, reels, hornpipes, airs en ballades als geen ander. In het traditionele circuit staan ze op eenzame hoogte, enkel vergezeld door groepen als Altan en Lunasa. Hun nieuwste boreling heet Spirit en borduurt voort op waar Dervish in excelleert: traditionele Ierse muziek naar hun hand zetten en vertalen naar de typische Dervish-sound.

Hoogtepunten uit deze cd halen is bijna onmogelijk want alle nummers zijn van een hoog niveau. De klasse van de geroutineerde muzikanten spat van de luidsprekers. Cathy zelf zingt de sterren van de hemel en haar percussiespel op de instrumentals wordt fors bijgestaan door Tom Morrow (viool), Liam Kelly (fluit), Shane Mitchell (accordeon), Michael Holmes (bouzouki), Brian McDonagh (mandoline) en Seamus O'Dowd (gitaar).

Handig is ook de tekstjes bij de nummers in het cd-boekje eens door te nemen. Zo leren we dat de Siesta set genoemd werd naar een aanrijding tussen een Seat en een Fiesta, waarvan Tom Morrow tijdens de opnames van de cd ooggetuige was. Jig songs zijn drie zogenaamde ‘infant dandling’ liedjes, mondmuziekjes die wonderwel samengaan en O'Raghailligh’s grave is een prachtig traag nummer op fluit, zweverig en toch heel ‘down to earth’.

Dervish leent ook werk van bekende namen. Zo ligt hun cover van Ewan McColl’s The Lag’s song, gezongen door Seamus O’Dowd, erg goed in het oor en komen ook Baawb-fans aan hun trekken met Bob Dylan’s Boots of Spanish leather, dat ook in een Dervish-jasje meer dan overeind blijft.

In Whelans tenslotte bespeur je allerhande rare geluiden zoals een sitar, een elektrische gitaar en andere instrumenten die je niet meteen associeert met de traditionele Dervish. Hun experimenteerdrang blijkt op deze cd eens te meer erg groot en waar veel groepen met dit soort uitwassen wel eens de mist in durven gaan komt Dervish telkens opnieuw heel sterk voor de dag. Na meer dan 10 jaar samen musiceren hebben de leden van Dervish hun spirit duidelijk nog niet verloden, wel integendeel! En zeggen dat ze live op hun best zijn. Ga dat zien!

|Stijn|

Discografie:
• Spirit (2003). Whirling discs
• Decade (2001). Whirling discs
• MidSummers night (1999). Whirling discs
• Live in Palma (1997). Whirling discs
• At the end of the day (1996). Whirling discs
• Playing with fire (1995). Whirling discs
• Harmony hill (1993). Whirling discs

Website Dervish

Top


Follia! – Kiss me you fool! Kiss me lila!

Follia!Op hun website schrijven de heren van Follia! over hun muziek als zijnde “trage ballads, opzwepende nummers met oriëntaal geïnspireerde zangscanderingen en oude teksten op een achtergrond van psychedelische viooldistortions die je in een onweerstaanbare roes van muziek en dans brengen”. We zouden het niet beter gezegd kunnen hebben... Dit is inderdaad een allesomvattende omschrijving van de muziek op hun eerste full-CD Kiss me you fool! Kiss me lila!, een knap staaltje hedendaagse folk van een groep die tegenwoordig mee het mooie weer helpt maken in de Vlaamse folkscene en op de folkbals. En dat doen ze op een eigentijdse, dansbare en jazzy manier, met veel power en met een brede kijk op hoe folkmuziek vandaag de dag kan klinken. Het resultaat is een zeer genietbare plaat die zelden of nooit verveelt.

Met Tinalaria is de toon meteen gezet: een tof en opzwepend instrumentaal dansnummer dat je direct zin doet krijgen in meer. Verdronken Land, een korte ingetogen melodie op vooral dwarsfluit, zorgt daarna al gauw voor een stukje verpozing, maar doet tegelijk dienst als intro van het meer rockende Quand la belle s’y promène. Hierin neemt de doedelzak het over van de dwarsfluit, terwijl de viool op haar eigen specifieke manier mee de begeleiding helpt verzorgen. Een knappe opbouw, stevige drums tijdens het tweede gedeelte van het nummer en een goed samenspel van de verschillende instrumenten zijn de troeven van deze track.

Met Lila is het dan de beurt aan het eerste liedje, Franstalig gezongen, op uitzondering van – jawel – het rap-gedeelte in het Nederlands. Best een leuke song, waarbij het vooral genieten is van de melodieuze instrumentale intermezzo’s tussen de zanggedeeltes in. Zeer funky klinkt vervolgens Sammy, his peace, een apart maar heel tof nummer dat van de eerste tot de laatste noot lekker swingt. Het meest jazzy nummer van de CD ook, met de dwarsfluit van Sammy Lee Daese die heerlijk doorheen het nummer raast.

Dat Follia! ook in rustige nummers best hun slag kan slaan bewijzen ze dan weer in de oud-Nederlandstalige liedjes Cuusche Mignonne en Vriendelijk bevangen, al moet het gezegd dat de zangpartijen van Pieter Decancq niet altijd even sterk gezongen zijn. Maar dat weze hem vergeven… De Scandinavische toer gaat Follia! op met Zepheus, waarin de violen je meerstemmig om de oren slaan. Een leuk, bezielend en naar het einde toe zeer krachtig gespeeld nummer, maar het duurt net iets te lang om boeiend te blijven.

Voor Elfenbal is het dan weer tijd om enkele wondermooie melodieën uit de kast te halen. Hierin klinkt de zang dan weer wel OK, te meer omdat ze een stevig geheel vormt met de andere instrumenten die elkaar – zoals in alle nummers trouwens – perfect afwisselen. Ook toffe percussie trouwens, die het liedje mee een wat Oosters tintje helpt geven.

Tijdens het energieke Tina Brown, met de doedelzak in de frontlinie, is het opnieuw dansen geblazen. Dit instrumentaaltje kent een uitermate sterke opbouw die vooral wordt gedragen door het vraag- en antwoordspel tussen doedelzak enerzijds en viool en fluit anderzijds. Voeg daar nog een lekker rockende drum en dito elektrische gitaar bij en je hebt alle ingrediënten voor een heerlijk dansend folkrocknummer. Dezelfde complimenten gaan trouwens ook op voor Follia Romania, zij het dat het hier wel de dwarsfluit en accordeon zijn die op de voorgrond treden.

Afsluiten doet de groep meer dan waardig met het bijna acht minuten durende Heer Halewijn. Maar de duur van dit lied staat gelukkig recht evenredig met de kwaliteit van dit knap gearrangeerde nummer. Na een melancholisch gezongen intro barst het lied dan ook los in een heerlijk dansnummer. Chapeau heren!

|Wouter|

Discografie:
• Kiss me you fool! Kiss me lila (2004). Wild Boar Music

Website Follia!

Top

Frozen Fish – 6-pack

Frozen FishOnlangs viel een cd-tje in de bus van een prettig gestoord duo dat zichzelf 'Frozen Fish' doopte. Het gaat om zanger/gitarist Rob Segers en violist Kris Laukens, twee muzikanten die al een kleine 10 jaar samen spelen. De titel van het cd-tje is '6-pack' en erg goed gekozen als je bedenkt dat er slechts 6 nummers op staan, alle opgenomen in de huisstudio van violist Kris.

De stijl van Frozen Fish is niet onder één hoed te vangen. Het duo experimenteert met allerlei muzikale invloeden gaande van Ierse folk over blues tot mensen als Tom Waits en Nick Cave. Eclectisch en gewaagd. 6-pack is dan ook geen cd die een soort geheel vormt maar toont eerder waartoe de muzikanten van Frozen Fish in staat zijn. Ze worden op verschillende nummers bijgestaan door muzikanten uit het Ierse Sligo. Zij speelden hun partijen in een Ierse studio in. Bekendste naam is ongetwijfeld Cathy Jordan, de ravissante zangeres van de Ierse topformatie Dervish. Zij leende haar percussie-talenten uit aan de jongens van Frozen Fish en speelde bones en bodhran op 2 nummers.

6-pack begint met het nummer Sabrina goes classic, dat alvast de prijs krijgt voor meest absurde tekst. Het nummer gaat over een zeemeermin, Sabrina genaamd. Op de achtergrond van een gejaagde viool, gitaar en mandola hoor je duidelijk het geweeklaag van de Lorelei in kwestie. Het nummer klonk me erg Frank Zappa-esque in de oren, een referentie die er mag wezen.

Het eerste van twee instrumentale nummers is meteen ook de enige traditional op de cd. Yiddishe Honga is een traditionele Yiddishe huwelijksdans die Frozen Fish ook heel traditioneel en vakkundig speelt. Viel mij een beetje uit de toon bij al het absurdisme op de andere nummers maar desalniettemin een toffe track.

Voor Mustang coffee mixten de jongens van Frozen Fish enkele belangrijke ingrediënten door elkaar. Een snuifje Nick Cave, een mespuntje Johnny Cash en de alomtegenwoordige Zappa, vermengd met een stevige dosis Frozen Fish en je krijgt dit nummer.

The Man viel mij in de eerste plaats op door zijn Yiddish-aandoende intro en muziek en de heel ritmische tekst. Met Cathy op de kleppers en een vrouwelijke tweede stem bleek dit één van de beste nummers op 6-pack.

De tweede instrumental, Amoré, ay my feet, begint als een valse trage op een strakke gitaarslag, de hoefslag van het nummer als het ware, ondersteund door viool en mondharmonica. Langzaam maar zeker gaat het nummer over in een snelle fiddle-tune. Dit nummer kwam het dichtst bij de Ierse invloed die de cd naar mijn aanvoelen nog iets meer mocht hebben.

Aflsuiter Freakshow krijgt opnieuw een 'weirde' tekst die op een ritmische gitaar voortdeint met een geslaagde interventie van fluit, harmonica en melodica. Je ziet de freaks uit de tekst haast voor je ogen passeren.

Conclusie: de heren van Frozen Fish bewezen met deze mini-cd dat ze heel wat in hun mars hebben en perfect op elkaar zijn ingespeeld. Ik ben niet altijd te vinden voor hun wat eclectische muzikale keuze maar dat mag hen zeker niet verhinderen zich ooit op een full-cd volledig te bewijzen. En mocht die kans zich ooit voordoen dan zou ik hen willen aanraden nog meer uit hun gastmuzikanten te halen want wat bijvoorbeeld Cathy Jordan bij Dervish doet met haar zoetgevooisde stem is nog duizend keer mooier dan het beetje percussie op deze plaat. Maar desalniettemin (hé, het woord werd verkozen tot 'mooiste Nederlandstalig woord' dus 2 keer in een bespreking is niet te veel): veelbeloven plaatje.

|Stijn|

Discografie:
• 6-pack (2004). Frozen Fish
• Highway Ariadne (1998). Frozen Fish
• Cowboycars and horses (1996). Frozen Fish

Website Frozen Fish

Top


Hopeloos – Helpt mij!

HopeloosWe kregen onlangs een cd-singletje in de bus van wel heel bescheiden mensen. Hun brief sloten ze af met de volgende woorden: "Hopende dat je geen blijvend letsel aan je gehoor oploopt, ..." En zeggen dat het Antwerpenaren zijn, het meest zelfzekere ras uit de kudde Vlamingen. De Antwerpse volksgroep Hopeloos heeft een eerste singletje uit en wil dat aan de wereld kond maken. Het gaat om een single met 2 A-kanten. Echt optimistisch is het Antwerpse duo niet. Kim en Freddy hebben het in het eerste nummer, 'Helpt mij!', over zelfmoord, nu niet meteen het meest opgewekte thema voor een liedje. Een man ziet het niet meer zitten en wil er dan maar een eind aan maken. De melodie is ‘nen trage’, wat het geheel nog wat bezwaart. Niet echt onze meug.
Van een ander kaliber is het tweede nummer, 'Ik zen 't altijd gewest, ik heb 't altijd gedaan'. Hier wordt met een vette knipoog gezongen over iemand die het altijd geweest is, de peulschil als het ware. Een goede sok die ondanks zijn goede bedoelingen altijd de verkeerde dingen blijkt te doen. Een leukere tekst en een vrolijk liedje. Deed een beetje aan Katastroof denken en echt onbekend zijn die kerels toch niet. Als de 2 liedjes op dit singletje een keuze voorstelden voor een te volgen weg zou ik toch ten stelligste aanraden de tweede weg te bewandelen. Hun tweede single zou eerstdaags uitkomen. De full-cd is in zicht!?

|Stijn|

Website Hopeloos

Top


i

Ialma – Nova Era

IalmaVoor het Spaans-Belgische meidencollectief Ialma is een nieuw tijdperk aangebroken. Letterlijk, want ze doopten hun gloednieuwe derde cd 'Nova Era'. En dat nieuwe tijdperk wordt meteen ingeluid met een gesmaakte cover van 'Under the bridge' van de Red Hot Chili Peppers, dat meteen de eerste single werd. Bij Ialma luidt de titel Lévame en krijgt het nummer een eigenzinnig arrangement om U tegen te zeggen. Typisch voor hun zang zijn de stemmen die solo betoveren en u tezamen tot ongekende hoogten voeren. Qua melodie is het nummer uiterst herkenbaar maar op één of andere manier slaagt Ialma er in het origineel te doen vergeten en zich het nummer helemaal eigen te maken. Het barst open als de gaita (een soort doedelzak) invalt en de oude dames van A Herba Verde de Laxoso hun kelen openzetten. Topklasse en veelbelovend voor de rest van de cd.

Dat vervolg staat vooral bol van traditionele Gallicische nummers. De dames doen het hier en daar alleen, soms zichzelf begeleidend op de pandeireta, het typisch Gallicische trommeltje. Waar nodig halen ze er hun groep bij, bevolkt met uitstekend volk als Didier Laloy en Ad Cominotto. Die laatste stond ook in voor de preproductie en programmatie en tekende voor enkele mooie arrangementen. Wat te denken van het tweede nummer op het schijfje, A Xiranda? Daar speelt N’Faly Kouyaté (zie ook Afro Celt Sound System) mee op de Kora, een West-Afrikaanse harp. Hij geeft het startsein voor een nummer dat op een baslijn drijft en wat doet denken aan de Spaanse piper Hevia.

Op de cd doen overigens nog een hele trits andere gasten mee: Guadi Galego (de zangeres van Berroguëtto), Mercedes Peon, Kike Peon & Xurxo Fernandes (Radio Cos), N'Faly Kouyate en Sophie Cavez, bekend van Urban Trad en Dazibao. Een gastenlijst om mee uit te pakken.

In nummer drie, Cantar e olvidar, op fluit en gitaar, spreiden de dames van Ialma het typisch Galliciaanse zingen en tegenzingen tentoon. Sophie Cavez (Urban Trad, Dazibao, …) steunt hen op accordeon en het nummer bevat een mooie fluitriedel.

Vaite is een up-tempo nummer met opzwepende pandeireta’s en het keelgeluid van Spaanse folkdiva Mercedes Péon, nog zo’n grote naam die Ialma wist te strikken voor een gastoptreden op deze cd. In Amores ¾ horen we, mede dankzij de uitstekende gastzanger en –zangeres Xurxo Fernandes & Quique Peón, echo’s uit Argentinië, het land van de tango, die worden versterkt door een dromerige accordeon. Na distancia kent een gezapig tempo. Kamelen zijn er in Gallicië bij ons weten niet, maar bij deze muziek kunnen we ons een ritje op het bultige zoogdier levendig voorstellen. In het volgende nummer, Rumuxíaba, trappelt de kameel iets sneller en krijgen we zin om af te stappen want de beentjes moeten op dit dansdeuntje absoluut worden losgegooid.

Op Non vai de risa gaat het weer in mineur, met een treurende accordeon en beklijvende percussie en gitaar die deze (klaag)zang recht houden. Voor Añas zetten de hoge stemmen van Ialma en de pandereita’s de toon voor dit op en top quasi a capella nummer in de beste Gallicische traditie. Eén van de hoogtepunten van dit schijfje. Nog zo’n typisch Gallicisch nummer is X-Toutón, deze keer begeleid door een zware trom, percussie, fluit, gitaar en accordeon. Een schare puike muzikanten bij elkaar.

Canto por Adrao is mooie, haast Portugese fado, met Guadi Galego achter de microfoon. In het slotnummer Ela choraba keert Sophie Cavez terug op accordeon. Het is een dreigend nummer, dat langzaam naar een climax toewerkt. Als uitsmijter krijgen we opnieuw de dames van A Herba Verde de Laxoso, die hun schuurpapieren stemmen samen met Ialma live laten weerklinken op het Festival de Voix de Femmes in Schaarbeek. Wat een kelen!

Slotsom: Ialma heeft geen nieuwe weg ingeslagen, laat staan dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. De titel is dan ook ietwat misleidend. We krijgen meer van hetzelfde. Maar als datzelfde goed is, dan luidt de leuze: ‘never change a winning team’. De dames van Ialma doen wat ze goed kunnen: Gallicische traditionals naar hun bevallige handen zetten en hun cultuur op muzikale wijze uitdragen. Met de Red Hot Chili Peppers cover bewijzen ze dat ze heel veel in hun mars hebben, zowel arrangementen, productie als muzikaliteit kloppen helemaal en het rijtje gastmuzikanten is ronduit indrukwekkend. Enig klein minpuntje: de Gallicische traditie is misschien net iets te beperkend, iets te weinig veelzijdig om veel kanten mee uit te kunnen. Maar wat Ialma er mee doet is meer dan ok!

|Stijn|

Website Ialma

Top


Junkera, Kepa – Maren

Kepa JunkeraWie spreekt over Baskische traditionele muziek, kan niet voorbijgaan aan Kepa Junkera. Deze Spaanse muzieklegende geraakte reeds op zeer jonge leeftijd verknocht aan de diatonische accordeon. De trikitixa, de typisch Baskische versie van deze accordeon, is het handelsmerk van Kepa Junkera. Zijn muzikale carrière wordt gekenmerkt door een hele reeks CD’s waarmee hij de wereld liet kennismaken met zijn geliefkoosde instrument, en verschillende samenwerkingen met grootheden uit de internationale folkwereld (zoals The Chieftains, Carlos Nuñez en Dulce Pontes). Ook op het album Maren schuwt hij de muzikale inbreng van buitenaf niet. Naast zijn eigen sterke begeleidingband werkt hij op deze plaat samen met verschillende gastmuzikanten uit een breed muzikaal veld: Hevia, Gilles Chabenat, Maria del Mar Bonet, twee zangkoren uit de Balkan, enz.

De inspiratie voor het dertien nummers tellende Maren haalde Kepa Junkera bij de natuurlijke schoonheden van het Baskenland (waaronder dan vooral de zee) en de verscheidenheid aan culturen, gaande van West- en Zuid-Europa naar de Balkan en Madagaskar. Het laat zich al raden, Maren is een album dat teruggrijpt naar een brede waaier van tradities, culturen en muzikale invloeden.

De openingstrack, het energierijke Bok-Espok, was ook al terug te vinden op Junkera’s vorige CD Bilbao 00:00h. Dit instrumentale nummer werd geschreven in samenwerking met het Zweedse Hedningarna en wordt op deze CD met een popbeat ondersteund. Daarnaast is hier ook al dadelijk de Oost-Europese invloed merkbaar door de Balkangezangen die doorheen het nummer vloeien. De up-tempo nummers Ny Hirahira en Maruelexa zijn dankzij het vingervlugge accordeonwerk van Junkera ongetwijfeld de meest vrolijk klinkende liedjes op het album. Ook de begeleiding van de mandoline maakt dat het nummers zijn die goed in het oor liggen. Centraal op Busturiko Vikingoak staat het samenspel tussen de accordeon en de Balkangezangen. Maar hoewel dit nummer enkele mooie melodische wendingen kent, doet het geheel toch wat eentonig aan.
Het tegendeel geldt voor Mundaka. Dit instrumentale nummer siert in haar eenvoud maar is ongetwijfeld een van de mooiste nummers op de CD. Het begint met een solo op klassieke Spaanse gitaar en gaat vervolgens over in een wondermooie rustige melodie op accordeon, strijkers, Spaanse gitaar en een typisch Carraïbische ‘stalen drum’. Het rustige gedeelte kent daarna een sneller en zeer opgewekt vervolg dat menig luisteraar in zuiderse sferen zal brengen.
In het instrumentale Peliqueiroak Terranovan zijn het de gastmuzikanten van Hevia die met hun elektronische doedelzak mee het mooie weer helpen maken: opnieuw een leuke melodie, een gevarieerd arrangement, sobere maar aparte percussie en een knap vraag- en antwoordspel tussen doedelzak en trikitixa.

Een typisch Baskisch percussie-instrument dat in quasi alle nummers van Kepa Junkera voorkomt is de txalaparta, een soort houten reuzexylofoon. Vooral in Izaro en Kaixarranka zorgt dit slaginstrument voor een zeer specifiek geluid. Ook op Urdaibai is de percussie vooral in handen van de txalaparta-spelers. Centraal element in dit lied is niettemin de Oost-Europese zang van het Bulgaarse Bulgarka Junior en de Albanese groep Tirana.

Mataculebra is een up-tempo en – in vergelijking met de meeste andere nummers – tamelijk toegankelijk liedje. Een warme zuiderse vrouwenstem en een vlotte, vlug herkenbare melodie zijn de ingrediënten. Balea is dan weer een zeer ingetogen lied met naast de frequent gebruikte traditionele instrumenten ook een belangrijke inbreng van strijkers, piano en klarinet. Deze instrumenten laten het nummer bijgevolg iets minder traditioneel klinken.

De twee langste nummers – beide rond de acht minuten – staan achteraan op het album. In Oliene draait alles om de Oost-Europese stemmen van de Balkankoren. De instrumentale begeleiding wordt in het wat mysterieuze eerste deel van het lied dan ook beperkt tot wat strijkers. De Noord-Afrikaanse muzikale invloed is hierbij prominent aanwezig. In het tweede deel van het nummer geeft de accordeon van Junkera het lied een luchtiger, melodischer en speelser karakter. Het titelnummer - en tevens de afsluiter – Maren staat dan weer bol van knappe deuntjes en geluiden die je doen wegdromen naar allerhande mooie plekjes in de natuur waaruit Kepa Junkera zijn inspiratie haalt.

Slotsom, dit album is er eentje waar liefhebbers van diverse muzikale culturen en luisteraars met een open muzikale geest zeker van zullen genieten. Bovendien gaat het hier over meer dan enkel een audio-CD. Het schijfje bevat namelijk ook een knap multimediaal extraatje met onder andere de teksten van de liedjes, een videoclip van het nummer Bok-Espok, foto’s van de muzikanten die meewerkten aan het album en achtergrondinformatie over de nummers en de Baskische cultuur (spijtig genoeg wel enkel in het Spaans en het Basks).

|Wouter|

Discografie:
• Maren (2001)
• Tricky (2000)
• Bilbao Hora 00:00 h. (1999)
• Leonen Orroak (1996)
• Lau Eskutara (1995)
• Kalejira Al-Buk (1994)
• Trans-Europe Diatonique (1993)
• Trikitixa Zoom (1991)
• Triki Up (1990)
• Kepa, Zabaleta Eta Motriku (1988)

Website Kepa Junkera

Top


Kalio Gayo – Fearless

Kalio GayoOnlangs weer een leuk CD-tje in de Folkspot-brievenbus gekregen. De afzender is het sympathieke Nederlands onderonsje Kalio Gayo. Met hun CD Fearless is deze Utrechtse folkgroep alvast toe aan hun derde album. De CD werd in eigen beheer uitgebracht en is een mengeling van Oost-Europees en Scandinavisch klinkende folksongs in het Blabberatsch en het Engels.

Het Blabberatsch is, zoals ze zelf zeggen, ontstaan om in alle talen te kunnen zingen. Iedereen kan het begrijpen, niemand kan het verstaan. Wat dat laatste betreft kunnen we ze echter wel niet helemáál gelijk geven, wat dan weer niet belet dat het een leuk taaltje is. Maar geef ons qua verstaanbaarheid toch maar de Engelstalige liedjes. En die leren ons dat de songs gaan over de liefde, de vriendschap, de onbezorgdheid van het leven en de idyllische landschappen waarin dit zich afspeelt.

Hoewel er op Kalio Gayo geen echt muzikaal etiket te plakken valt, is de muziek van de groep zoals gezegd vrij Noord- en Oost-Europees getint. Dit is vooral te wijten aan het Blabberatsch–taaltje en het instrumentarium van de groep: gitaar, bas, banjo, fluit, accordeon, percussie en meerstemmige zang. Het mooi in tempo opbouwende Kaljetsiki kan zelfs de vergelijking met traditionele Russische volksmuziek aan. Vina Brocham zou dan weer perfect een Jiddische traditional kunnen zijn. Maar de meeste nummers hebben toch wel een Scandinavische muzikale invloed genoten. Denk maar aan het geslaagde openingsnummer Elde Salar, het sfeervolle Kero Naam, het vrolijk klinkende Yli Örrren of het ingetogen Ombré Do.

Op de meeste tracks zorgen de banjo en accordeon voor een tof accent die de muziek van Kalio Gayo toch wel iets extra geeft. Alleen jammer dat de banjo in sommige gevallen iets té hard doorklinkt… En hoewel de CD, met nota bene uitsluitend eigen geschreven nummers, geen echte uitschieters bevat en de mixing ook niet altijd even geslaagd is, staan er toch verschillende leuke liedjes op: naast het openingsnummer Elde Salar is ook het intieme en mooie titel- en slotnummer Fearless zeer genietbaar. In dit lied komt ook de meerstemmige zang van drie van de vijf groepsleden mooi tot zijn recht. Van de meer uptempo liedjes blijven vooral Walking On en The Giant hangen. No Answers Given valt dan weer op door haar knappe melodie en sterke zangpartij, Keren Mistoi kent vooral een gevarieerd arrangement.

Conclusie: degelijk CD-tje van een groep die duidelijk kiest voor een eigen geluid en daarin op hun specifieke, geslaagde manier hun weg vindt.

|Wouter|

Discografie:
• Fearless (2004).
• Dusra (2002).
• Tserko (1999).

Website Kalio Gayo

Top


Laïs – Douce victime

LaïsDe 3 meisjes van Laïs hebben zijn, zeker naar folknormen, nog steeds piepjong maar zijn ondertussen toch al aan hun vierde cd toe. Eigenlijk hun derde, als je Al la capella eerder beschouwt als een vocaal tussendoortje. In interviews verklaren ze dat deze cd heel wat donkere teksten bevat maar er daarom niet minder vrolijk door klinkt. Gelukkig maar, want de teksten liegen er vaak niet om. Verstoten minaressen, zelfmoord omwille van een verloren liefde, een wees treurt om vader en moeder, ... Het speelse, ondeugende, dubbelzinnige van weleer werd ingeruild voor weemoed, ongeluk en donkerte. Maar de zelfrelativering is nooit ver weg want de dames van Laïs schreven voor de vaak traditionele teksten gelukkig meestal zelf de muziek en die durft nog wel eens op een vrolijke noot beginnen en eindigen.

'Douce victime' bekt gewoon beter dan pakweg 'zacht slachtoffer'. Meer moet er blijkbaar niet achter de naam van deze plaat worden gezocht. Die plaat trapt trouwens meteen overtuigend af met Marie Madeleine, een traditionele tekst die door Jorunn van muziek werd voorzien en waarin een draailier de eerste, eh, viool speelt en de song voortstuwt. Het roverslied Rinaldo kreeg een oosters tintje aangemeten. Iets wat trouwens wel vaker op deze cd doorklinkt, op de ene track al subtieler dan op de andere. Verantwoordelijk hiervoor is onder meer Robin Thompson, die exotische instrumenten bespeelt als daar zijn de fagot (ok, niet zo exotisch, wacht, wacht, ...), koto, shamisen, sho en hichiriki.

Jasio u pana is een Pools nummer waarbij je in de traditionele uitvoering schrille Poolse vrouwenstemmen zou verwachten. Nathalie, Jorunn en Annelies pakken het anders aan en maken er met hun zoetgevooisde vrouwenstemmen een donker, dreigend nummer van, waarover de tekst ook moge gaan. Ook Wanhoop van een wees is geen nummer dat echt vrolijk stemt. Een trieste tekst wordt hortend en stotend gezongen op een repetitieve cello-lijn. De inbreng van het London Chamer Orchestra is op dit nummer heel duidelijk hoorbaar. Deze cd werd dan ook ten dele in de beroemde Abbey Road studio's in Londen opgenomen.

De klacht van een verstoten minnares verdient alleen al voor de titel een pluim maar ook het nummer mag er meer dan best wezen. Wondermooie samenzang waarbij de 3 Laïsstemmen het beurtelings van elkaar overnemen, ondersteund door een schrale percussie en de tussenkomst van een mannenstem die de titel af en toe herhaalt. Een geslaagde productievondst.

Opzij is een wat overbodige cover van Herman van Veen. Op zich swingt het nummer wel en de orchestratie is echt wel origineel maar de versie van Herman van Veen is nogal moeilijk te overtreffen en het nummer valt in mijn ogen wat buiten het geheel van Douce victime. Gelukkig krijgen we meteen daarna een andere cover die absoluut wèl het origineel alle eer aandoet. Marieke van de grote Jaques Brel begint met een hemelse intro en kan zich in de versie van Laïs absoluut meten met de uitvoering van de meester zelf. Alleen gaf het wat gebrekkige Nederlands van Brel nog dat ietsiepietsie extra, maar slecht Nederlands zingen kan je natuurlijk niet verlangen van de drie Laïsjes. Puik werk!

Na Marieke krijgen we meteen nog een hoogtepunt voorgeschoteld. La plus belle de Céans is een klassieker in wording. Een repititieve tekst op repititieve percussie met een beresterke opbouw en een hoge dansbaarheidsfactor. Het nummer eindigt als een soort climax met haast schreeuwende maar heel toonvaste stemmen.

Al Béole 17 is de titel van een volledig eigen nummer, zowel wat tekst als muziek betreft. De wat eigenaardige titel zou verwijzen naar een adres in de Ardennen waar Laïs ooit repeteerde. Hier is de invloed van accordeonist Didier Lanoy (zie ook Tref, Urban Trad, Panta Rhei, ...) duidelijk merkbaar. Tekst en muziek vormen één mooi geheel. De titel van De 3 maagdekens is dan weer heel bewust gekozen en refereert naar het imago dat de meisjes al jaren achtervolgt. De tekst gaat echter maar over één maagdeke, dat dan nog in het klooster treed en een lief achterlaat dat uit liefdesverdriet de hand aan zichzelf slaat. Een mooi maar intriest a capella lied.

Afsluiten doet Douce victime met 2 mooie Franstalige liedjes. Dormez, dormez is een wiegeliedje/liefdesliedje waarin de 3 deernes worden begeleid door een akoestische gitaar en bescheiden drum. Afsluiter Hymne werd al in de jaren '70 geschreven door Eric en Ilona Chale. De ijle gezangen op de achtergrond laten je de dunne grens horen tussen weemoed en geluk. Mooie afsluiter voor een mooie plaat.

Douce victime is, alvast naar mijn bescheiden mening, de beste plaat van Laïs tot nu toe. De nummers zijn, op een enkeling na, uitstekend gekozen en vormen, hoewel divers van taal en aard, toch een soort geheel. Bovendien is de productie van een heel hoog niveau, zijn de arrangementen gewaagd en geslaagd en zijn de dames nog beter bij stem dan voorheen. Het lijken al ouwe rotten in het vak en dat beloofd voor de toekomst want qua leeftijd komen ze eigenlijk nog maar pas kijken. Laïs lijkt dan ook een lang muzikaal leven beschoren.

|Stijn|

Discografie:
• Douce victime (2004). Virgin
• A la capella (2003). Virgin
• Dorothea (2000). Virginmusic Belgium
• Laïs (1998). Alea

Website Laïs

Top

Lúnasa – The Kinnitty Sessions

LúnasaHoewel ze misschien iets minder bekend zijn, wordt Lúnasa vaak in één adem genoemd met andere traditionele Ierse supergroepen die in de jaren ’90 hun muzikale opgang kenden (denk aan Dervish, Altan e.a.). Verschil met de meeste anderen is dat Lúnasa volledig instrumentaal gaat. En hoewel het weinigen is gegeven om nummer na nummer te kunnen blijven boeien met instrumentale traditionele Ierse muziek, slaagt Lúnasa hier met grote onderscheiding wel in.

In 1997 bracht het vijftal Seán Smyth (viool & whistles), Kevin Crawford (fluit & whistles), Trevor Hutchinson (bas), Donogh Hennessy (gitaar) en Cillian Vallely (uilliann pipes & whistles) hun eerste titelloze debuut uit. Dit eerste album reikte al meteen tot in de hoogste regionen van de internationale folk charts. Nu, vier albums later, staat de groep nog steeds – en meer dan ooit – garant voor frisse, dynamische en zeer melodische instrumentale Ierse folk. Lichtend voorbeeld en inspiratiebron voor hun muziek is zoals ze zelf zeggen The Bothy Band.

Technologische snufjes komen er bij Lúnasa niet aan te pas. De groep kiest op hun laatste album daarentegen resoluut voor een no nonsense aanpak en het live-geluid. De CD werd dan ook opgenomen voor een live – maar op de plaat onhoorbaar – publiek in het fabelachtige Kinnitty Castle in Co Offaly. Hierbij is dan ook dadelijk de titel van het album verklaard… Op het CD-hoesje geven ze trouwens zelf aan wat ze over hun laatste plaat denken: ‘the most dynamic and immediate album yet; you simply have not heard Lúnasa until you have heard The Kinnitty Sessions’.

Wat Lúnasa ook een beetje onderscheidt van andere Ierse groepen zijn de vloeiende baslijnen van (ex-Sharon Shannon) bassist Hutchinson. De bas is hoegenaamd niet echt een instrument dat tot de line-up van een doorsnee traditionele Ierse groep behoort. Maar Hutchinson geeft de muziek van Lúnasa absoluut een meer dynamisch en muzikaal karakter.

The Kinnitty Sessions telt 11 instrumentale nummers die telkens bestaan uit twee of meer tunes, in hoofdzaak snelle, opgewekte jigs en reels. De CD start alvast veelbelovend. In Stolen Purse mogen de uilliann pipes samen met de fluit de spits afbijten in een eerste jig. Bij de tweede melodie vallen bas en gitaar mee in om daarna samen met de viool het nummer met een toffe reel te besluiten.
Over het hele album heen bekeken is de muzikale hoofdrol weggelegd voor de fluit en de whistles. Belangrijkste voorbeelden hiervan zijn The Walrus en Bulgarian Rock, twee nummers waar drie van de vijf muzikanten zowaar de whistle hanteren. In het ene nummer bespelen ze de – in een hogere toon klinkende – ‘F’ whistles, in het andere doen ze een beroep op ‘low whistles’, in een lage toon klinkende whistles dus… En dit alles perfect op elkaar afgestemd, in drie verschillende muzikale partijen en met vaak zeer vindingrijke accentjes. In Bulgarian Rock halen ze, zoals de titel het al aangeeft, hun inspiratie uit het Oostblok. Dit is vooral te merken aan het tegendraadse ritme van het nummer. Voor het overige bevat de CD echter grotendeels traditionele Ierse tunes.

Ook in het zeer energierijke Island Paddy staat de whistle centraal. Maar ze wordt hierbij – naast de gitaar en bas – op sublieme wijze begeleid door de viool die als het ware mee de baslijn ondersteunt. In het rustigere eerste deel van Ballyogan doet de fluit het samen met de uilliann pipes. In de reel die hierop volgt krijgen ze daarbij ook het gezelschap van de viool. Sean In The Fog start ook met een rustig eerste deel om vervolgens alle remmen los te gooien in een melodieuze jig en dito reel. De gevarieerde tunes in Maids In The Kitchen zijn eveneens zeer te smaken. Dit nummer is bovendien de perfecte illustratie van hoe de bas een meerwaarde geeft aan de muziek van Lúnasa.

In Punch treedt de vingervlugge viool op het voorplan, enkel begeleid door gitaar en bas. Meer ingetogen gaat het er daarentegen aan toe in het wondermooie The Dimmers. Dit nummer start met een tokkelende gitaar, bas en fluit, maar bereikt een ware climax wanneer de uilliann pipes en viool invallen: echt genieten geblazen! De uilliann pipes mogen het in The Wounded Hussar trouwens helemaal solo doen. Maar door het weemoedige karakter is dit nummer toch een beetje een buitenbeentje op wat voor de rest een zeer energierijk album is…

Het slotnummer Tie The Bonnet is zowat de ideale samenvatting van het hele album: zeer leuke en gevarieerde melodieën, perfect en vingervlug samenspel versus de ideale afwisseling tussen fluit, viool en uilliann pipes. En dit alles ondersteund door een ritmische gitaar en vloeiende bas die met de nodige power en dynamiek voor een perfect geheel zorgen. Kortweg, grote klasse!

|Wouter|

Discografie:
• The Kinnitty Sessions (2004). Compass Records
• Redwood (2003). Green Linnet Records
• Merry Sisters of Fate (2001). Green Linnet Records
• Otherworld (1999). Green Linnet Records
• Lúnasa (1997). Compass Records

Website Lúnasa

Top


The Rain Poets

The Rain PoetsEen demo in je bus krijgen is altijd plezierig. Zo krijg je een idee wat er zoal reilt en zeilt in het muziekwereldje, welke nieuwe artiesten zich aandienen en hoe het kaf van het koren wordt gescheiden. Zo viel onlangs het studiodebuut van de Nederlandse groep The Rain Poets bij Folkspot.be in de bus. Dit is dus zeker niet zomaar een demo maar een professioneel opgenomen mini-cd. In 5 nummers, 4 eigen nummers en een cover, doet dit duo uit het Nederlandse Arnhem en Velp hun kunnen uit de doeken.

Ries de Wit (zang, percussie) en Armand Wijskamp (gitaar, zang) speelden in diverse groepjes met volledige bezetting alvorens het wat minimaler als duo te proberen. Een goede keuze want het tweetal blijkt op deze cd heel goed op elkaar ingespeeld. Het gebrek aan muzikale ondersteuning van bas, synthesizer en andere instrumenten wordt ruimschoots goedgemaakt door de muzikale en vokale kwaliteiten en de degelijk uitgekiende arrangementen. Vooral de zang maakte nogal wat indruk. Een stem met een zuiverheid, bereik en klankkleur die de vergelijking met de grotere popstemmen dezer aarde aankan.

Naar de muziek nu. Het cd-tje opent met Touch me, een nummer dat traag begint met stem en akoestische gitaar, om dan percussiegewijs open te barsten met een voortstuwend ritme. Tot het nummer in de helft weer tot stilstand komt, de gitaar en stem het weer overnemen en het lied langzaam maar zeker wegdeemstert. We krijgen nog even een aanzet tot openbarsting maar voor je het weet is het lied gedaan. Een eerste voorproefje dat smaakt naar meer.

Met Settle down krijg je ook meer. Deed mij een beetje denken aan de Scabs met een andere zanger, of Derek & the Dirt. Twee Belgische bands die niet meer bestaan maar misschien wordt het hoog tijd dat iemand de fakkel overneemt? Settle down liet zich ook opmerken door een goede 2de stem. Hier is niet over één nacht ijs gegaan.

Tijdens hun live-optredens durven de Rain Poets wel eens nummers coveren van grootheden als David Bowie, Jeff Buckley, Radiohead en Led Zeppelin. Op deze cd kwam een cover terecht van Robbie Williams. Feel krijgt hier een heel intieme interpretatie, niet het bombastische dat Robbie Williams in het origineel tentoonspreidt. Een heel goede cover, maar omdat deze cd slechts 5 nummers telt hadden we toch liever nog een eigen nummer gehoord, kwestie van de Rain Poets zo goed mogelijk te kunnen inschatten.

Long before start met het geluid van regen, refererend aan de groepsnaam en de wat melancholische tekst en sfeer van het nummer. Ook hier weer een goed gedoseerde 2de stem, een beheerste gitaar en een degelijke sfeerschepping.

Het laatste nummer, Long, deed mij van ver zelfs even denken aan Pearl Jam of hun Seattle evenkniën Mother Love Bone. Een ietwat episch nummer op elektrische gitaar en percussie en een zanger die zijn stem rond iedere noot wringt alsof het zijn laatste was.

Conclusie: de titel van het laatste nummer refereert voor mijn part helemaal niet aan het feit dat deze cd te lang zou zijn. Integendeel. Van deze mannen wil ik gerust wat meer horen. Niet meteen in een bomvol café of luidruchtige concertzaal maar in een intieme sfeer. Ergens in een klein, gezellig achterzaaltje of in de auto, lekker cruisend naar de einder.

|Stijn|

Discografie:
• The Rain Poets (2004). The Rain Poets

Website The Rain Poets

Top


Salsa Celtica - El Agua De La Vida

Salsa CelticaMet ‘El Agua De La Vida’ (‘The Water of Life’) brengt deze 11-koppige Schotse formatie, aangevuld met maar liefst even zoveel gastmuzikanten, hun tweede album op de markt. De plaat staat garant voor een feestende mix van salsa en – een beetje – Keltische folk. Want laat ons eerlijk wezen… de balans slaat duidelijk over naar de salsa. Wie vooral jigs of reels verwacht komt dan ook enigszins bedrogen uit. Maar, laat ons opnieuw eerlijk wezen, dat maakt dit album er zeker niet minder boeiend om.

De sfeer van de plaat is deze van op een Latijns-Amerikaans dansfeest met een zuiderse schone in de ene, en een glas rum in de andere hand, eerder dan deze van een Ierse of Schotse pub waar de whisky rijkelijk vloeit. Beide godendranken blijken in elk geval wel een succesvolle inspiratiebron te zijn om een zeer geslaagd album af te leveren. Maar welk van de twee nu het echte ‘water of life’ is? God knows?!

De muzikale formule van Salsa Celtica is niet bepaald alledaags, maar valt wel te smaken. De ‘Salsa’ wordt verzekerd door een handvol blazers, ondersteund door een piano à la Rubén González en een opzwepende ritmesessie van conga’s en andere zuiderse percussie-instrumenten. De ‘Celtica’ moet het hebben van de violen (zoals in het swingende titel-nummer El Agua De La Vida), de banjo en accordion (Cumbia Celtica), de pipes (in het weemoedige Guajira Sin Sol) en whistles (Maestro).

Muzikaal hoogtepunt en tevens meest latino klinkende nummer op de plaat is ongetwijfeld Whisky Con Ron (‘Whisky and Rum’): knappe piano, ijzersterke blazers en vooral een hoog sfeergehalte zijn de ingrediënten. En afgaande op de meer dan drie zinnen tellende zangpartij is het meteen ook het literair hoogtepunt van het album…

Over de thema’s die worden bezongen kunnen we sowieso trouwens kort zijn: de liefde, feesten, drank en Schotland. En dit alles nota bene in het Spaans...!

Op El Sol De La Noche en Ave Maria De Escocia is het in elk geval volle bak feesten en (salsa)dansen geblazen. Maar ook hier weer… weinig ‘Celtica’ te bespeuren. Voor het échte schotse accent is het wachten tot de afsluiter, de traditional Auld Lang Syne, die in een zuiders kleedje wordt gestoken. Alleen - als er dan toch een traditional moet opstaan? - spijtig van de ietwat weinig originele keuze...
Maar voor de rest… dik in orde!

|Wouter|

Discografie:
• El Agua De La Vida (2003). Greentrax Recordings Ltd
• The Great Scottish Latin Adventure (2000). Greentrax Recordings Ltd

Website Salsa Celtica

Top

Sharon Shannon - Libertango

Sharon ShannonDe Ierse accordeoniste Sharon Shannon heeft eindelijk, na lange tijd stilzwijgen, een nieuw cd-tje uit: ‘Libertango’. Zoals we van haar gewend zijn werkte ze ook nu weer samen met grote en minder grote namen uit het folkwereldje. Haar voormalige Waterboys-maatjes Steve Wickham en Trevor Hutchinson zijn natuurlijk ook van de partij.

In opener The Whitestrand sling mag Sharon al meteen een beroep doen op de Wild Bullocks, die dit typische Sharon Shannon-melodietje van een swingende blazerssectie voorzien. Shannon zelf speelt naast accordeon ook nog eens viool op deze track en geeft haar partij een bezwerend arrangement mee. Krachtige opener.

Het titelnummer Libertango is een ‘smooth’ tangonummer dat al eerder op haar cd ‘Each little thing’ verscheen maar voor de gelegenheid een nieuw jasje kreeg. Het nummer werd ingezongen door de betreurde Kirsty MacColl, die de fakkel overnam van Grace Jones, die Libertango beroemd maakte. De melodie is afkomstig van de Argentijnse accordeonist Astor Piazzolla. Sharon eert haar voorbeelden.

De instrumental Duncan’s mist wat vurigheid en blijft teveel in melancholie steken maar het zowel in Gaelic en Egyptisch gezongen An Phailistín heeft het dan weer wel. Dónal Lunny begeleid de familie Elsafty in dit liedje over het lijden van het Palestijnse volk. Doet heel hard aan de Rankin Family denken. Albatross is een gewaagde instrumentale cover van het gelijknamige Fleetwood Mac-nummer. De eenvoudige melodie krijgt in deze versie een erg bezwerend karakter, haast tantra.

Hogs en Heifers zijn 2 jigs die wel in naam bij elkaar passen maar niet echt als melodie. Alleenstaand zijn het wel 2 plakken degelijke muziek, vooral de Heifers.
In The Seven Rejoices of Mary mag Sinéad O’Connor voor de eerste keer haar keel openzetten. Ze zet deze aloude ‘chant’ zonder moeite naar haar hand, wat je gezien de geringe inbreng van Sharon Shannon toch doet afvragen wiens cd het nu eigenlijk is. Een kwaal waar de hele cd een beetje aan leidt. Een nog mooiere bijdrage van O’Connor is de Schotse riedel Anarchie Gordon, een nummer dat ook de oer-Ierse Mary Black in haar repertoire heeft.

All the ways you wander wordt gezongen door nieuw talent Pauline Scanlon en is een mooi lied, niet meer maar ook niet minder. Met The burst mattress wordt een wals ingezet die een swingend vervolg doet vermoeden maar de jigs die volgen maken dit maar ten dele waar. Nog een nummer dat vuurwerk in het vooruitzicht stelt is Space party, maar hier is het tegendeel waar. Het begint bijna als een slaapliedje dat langzaam overvloeit in een bescheiden duel tussen banjo en accordeon, om ten slotte de wat teleurstellende space party in te luiden.

The Wishing Well is een nummer dat door de legendarische Tommy Peoples werd neergepend. Eindelijk horen we Sharon nog eens uitgesproken op de voorgrond treden in een nummer dat in de lijn ligt van haar grootste hits Cavan Potholes, The Munster Hop en Blackbird.

Het laatste nummer, What you make it (da da da da) is eigenlijk de eerste en enige grote verrassing op deze plaat. Rapper Marvel, gesteund door de backing vocaliste Lady K, rijmt er op los dat het een lieve lust is. Sharon overgiet alles met een folksausje en zelfs de blazers uit het eerste nummer worden er weer bij gehaald om er samen met een vurige percussie voor te zorgen dat dit nummer terecht een bescheiden hit werd in Shannon’s thuisland. Je vraagt je toch af waarom ze niet meer durft experimenteren.

Libertango is geen slecht cd-tje, maar je krijgt constant het gevoel dat er meer in zat. Het is veel te eclectisch en Sharon doet haar verlegen reputatie alle eer aan door te vaak op de achtergrond te blijven. Ze cijfert zichzelf te veel weg voor haar geëerde gasten. Nergens op deze cd heeft ze haar nochtans geroemde virtuositeit tentoon kunnen (of willen?) spreiden. Geen gemiste kans want Libertango blijft zonder meer uiterst beluisterbaar, maar de volgende keer toch graag wat meer Miss Shannon? Please?!

|Stijn|

Discografie:
• Libertango (2003). IRL
• Live in Galway (2001). Daisy discs
• The Diamond Moutnain sessions (2000). Compass
• Spellbound: The best of Sharon Shannon (1998). Grapevine
• Each Little Thing (1997). Grapevine
• Out the Gap (1994). Solid
• Sharon Shannon (1991). Solid

Website Sharon Shannon

Top

Shooglenifty - The Arms Dealer’s Daughter

Shooglenifty“Niet slecht, maar ook niet meer dan dat…” was zo’n beetje mijn oordeel nadat ik de nieuwe plaat van dit Schotse 6-tal voor de eerste maal beluisterd had. Een fout en te snel geveld oordeel. Dat bleek toen ik het album meermaals had beluisterd. “Niet slecht..? Steengoed!”, dat is het uiteindelijke – en juiste – oordeel. Maar inderdaad, het is er eentje die wat herkenbaar in de oren moet klinken, en dan alleen maar beter kan worden… Misschien dat dít dan de reden was waarom hun concert op het laatste Dranouter Folkfestival een beetje in de anonimiteit van het nogal makke publiek verdween?

Feit is blijkbaar dat hun ietwat aparte sound enige herkenbaarheid vereist om er optimaal van te kunnen genieten. Die ‘aparte sound’ is een mix van traditioneel Keltische muziek vermengd met hedendaagse elektronische beats en samples.

In de instrumentale folk van Shooglenifty staat de viool van frontman Agnus Grant nog steeds centraal. (Hoewel, instrumentaal? Er worden op de plaat zowaar enkele woorden Nederlands gesproken… zoek de sample!)
De inbreng van nieuwbakken groepslid Luke Plumb (op mandoline) is echter een absolute aanwinst. Hij staat ontegensprekelijk garant voor enkele prachtige melodieën en een vaak subliem muzikaal gevecht tussen viool, banjo en mandoline. Getuigen daarvan zijn het openingsnummer Glenuig Hall, The Reid Street Sofa, Scraping The Barrel of het titelnummer The Arms Dealer’s Daughter: pure no-nonsense folkrock met stevige drums en een opeenvolging van knappe ‘instrumentaaltjes’ (met een knipoog naar Fairport Convention). In Carboni’s Farewell vinden viool, banjo en mandoline elkaar op even magistrale, maar dan iets traditionelere wijze.

Ander pareltje op het album is het in een exotisch kleedje gestoken The Nordal Rumba: happy melodie in het gezelschap van een ware brass sectie (van Salsa Celtica nota bene).

Maxine’s Polka (drum ’n’ base op zijn Schots) en A Fistful Of Euro (met Oosters accent) hebben een hedendaags elektronisch tintje meegekregen. Maar het moet gezegd, de programming is niet altijd even geslaagd.

Het allerbeste wordt in elk geval gespaard tot op het einde. Op het swingende Scraping The Barrel kan je gewoon niet blijven stilzitten. Bij het ingetogen Tune For Bartley val je daarentegen spontaan tegen de grond om ten volle te kunnen genieten van de magistrale melodie, de perfecte muzikale opbouw, de volmaakte dialoog tussen mandoline en viool, en met de uillean pipes als toemaatje. Puur muzikaal genot!

|Wouter|

Discografie:
• The Arms Dealer’s Daughter (2003). Shoogle Records
• Solar Shears (2000). Vertical Records
• A Wisky Kiss (1996). Greentrax
• Venus In Tweeds (1994). Greentrax

Website Shooglenifty

Top

Sois Belle

Sharon ShannonMet hun titelloze debuut-CD heeft Sois Belle zich een terechte plaats in de Vlaamse folkscene weten te verwerven. Deze jonge West-Vlaamse groep werd geboren in 2001, aanvankelijk in een viermansbezetting waarmee ze hun sporen reeds verdienden op het Dranouter Folkfestival en op enkele muziekconcours zoals Debuutrock en de Nekkanacht-wedstrijd. Tegenwoordig doen ze het met z’n vijven: Pieter Boussemaere (gitaar/zang), Karl Debaillie (accordeon/zang), Guido Dieusaert (drum), Pieter Roets (sax/fluit/zang) en Michael Vande Velde (bas). In het najaar van 2003 bracht de groep zijn eerste full-CD op de markt. En deze mag er best wezen…

Het album bevat één Franstalig en elf Nederlandstalige folkpopsongs. De liedjes van Sois Belle zijn opgebouwd rond de meerstemmige zang van drie van de groepsleden. Op sommige nummers van het album komen trouwens ook enkele vrouwenstemmen de mannelijke zangpartijen ondersteunen. Echter, de groep gaat misschien iets te fel prat op hun meerstemmigheid. Niet dat het niet goed klinkt, maar sommige liedjes zijn op vocaal vlak soms ietsje té af, te zeer gefocust op het laten in elkaar passen van de verschillende stemmen waardoor de zang af en toe wat ‘gewoontjes’ dreigt te worden. Op instrumentaal vlak blijkt de groep trouwens eveneens heel wat in zijn mars te hebben: een goede afwisseling in de arrangementen, stevige drumpartijen, aantrekkelijke baspartijen, leuke deuntjes op accordeon, een toffe inbreng van de sax, enz. Waarom deze instrumentale weg niet een beetje meer bewandelen?

De liedjes zelf dan. Opener op de CD, de traditional Schoon Lief, is in een modern en leuk kleedje gestoken: oude Vlaamse tekst op een ietwat eentonige melodie maar knap instrumentaal bewerkt en goed gezongen. Heel wat melodieuzer klinkt Onstandvastig: een traditioneel, dansbaar en vrolijk klinkend lied over een verloren liefde. De accordeon, fluit, maar ook knappe begeleiding (en solo) van de elektrische gitaar zijn verantwoordelijk voor het opgewekte karakter van het nummer. Bij de eigen songs Het Laatste Lied en Happy Face staan zoals bij de meeste nummers de stemmen centraal. Ze zijn quasi volledig meerstemmig gezongen en bouwen beiden mooi naar een climax toe: eerst rustig gezongen en sober begeleid, om vervolgens lekker los te barsten.

Zeer tof klinkt het enige Franstalige nummer op het album: Fille En Jeans. De ingrediënten die in dit lied voor een zomerse sfeer zorgen zijn het reggea-klinkende gitaarspel, leuke intermezzo’s met een mooi samenspel tussen fluit en accordeon en aantrekkelijke zangpartijen. Ook De Matroos – opnieuw een liefdesliedje op oud Nederlandse tekst – ligt op vocaal vlak goed in het oor. In dit nummer zorgen de klavecimbel-achtige tussenstukjes voor een apart accent. Daarna is het dansen geblazen op de Jeneverdans: ondanks het wat saaie refrein, een swingende popsong met stevige drums, krachtige zang en knappe solo’s op sax.

Meer ingetogen gaat het er aan toe in het mooie Bakelandt. Dit lied, opnieuw van eigen makelij en met ook hier weer een sterke tekst, is op melodieus vlak zeker een van de betere van het album. Het refrein is dadelijk meezingbaar, en dat het qua tekst uit niet meer dan een ‘na na na’ bestaat, doet helemaal niet af aan de kwaliteit van het lied. Laat Ons Dansen en Het Is Niet zijn ook twee van de betere songs. Deze nummers rocken lekker, klinken vrolijk in de oren, hebben een knappe melodie, kennen heel wat muzikale afwisseling en worden op een bescheiden maar degelijke wijze gedragen door de accordeon. 2010 is dan weer een pure, maar goede popsong, met de saxofoon die een terechte hoofdrol opeist.

Afsluiten doet de groep op een meer dan waardige manier met het grotendeels instrumentale Soirée Ecosse. Een knap eigen nummer met een mooi deuntje en opnieuw een goed arrangement: alle instrumenten en stemmen mogen bij wijze van apotheose nog eens om de beurt op de voorgrond treden.

|Wouter|

Discografie:
• Sois Belle (2003). Parsifal

Website Sois Belle

Top


Urban Trad - Elem

Urban TradDe Belgische folkgroep Urban Trad is al aan haar derde cd toe op ongeveer evenveel jaren tijd. Niet verwonderlijk als je bedenkt wat voor vlucht hun carrière heeft genomen na de meer dan verdiende 2de plaats op het Eurovisiesongfestival in 2003. Hun muziek omschrijven ze zelf als ‘21st century European folk music’ en dat zou wel eens de vlag kunnen zijn die de lading dekt.

Dit nieuwe schijfje kreeg de naam Elem mee, wat verwijst naar de taalkundige stam van de vier elementen (aarde, lucht, water en vuur), die in het Nederlands, Frans, Spaans (Gallicisch) en Zweeds - de talen waarin op deze plaat gezongen wordt - hetzelfde is. Voor de productie tekende niemand minder dan Simon Emmerson, bezieler van de Afro Celts (voorheen Afro Celt Sound System). Emmerson speelde zelf ook op enkele nummers mee en ook zijn Afro Celts maatje James McNally speelde bódhran op maar liefst 4 nummers.

Opener Rod Grod Med Flode (genoemd naar een Scandinavisch dessert) klonk al meteen bekend in de oren. Kan ook niet anders want Urban Trad-voorman Yves Barbieux nam dit nummer al eens eerder op met zijn eerste groep, Coïncidence. In onze contreien staat het nummer ook bekend als het ‘Klaplied’, omdat in de oorspronkelijke versie op bepaalde plaatsen strategisch handgeklap te horen is. In deze nieuwe versie is dat aspect jammer genoeg verdwenen maar de Urban Trad-versie mag er zeker en vast ook zijn.

De luz, amor y nada, een dansbaar liefdesliedje, kreeg een overduidelijke Spaanse stempel. Niet moeilijk als je weet dat Urban Trad met zangeres Véronica Codesal een rasechte Gallicische in de rangen heeft. De leden van haar andere groep, Ialma, kwamen trouwens ook enkele achtergrondstemmen inzingen. Bijvoorbeeld op Vigo, een swingend nummer dat begint met pipes en gitaar en dan openbarst en naar het einde toe, dankzij de inbreng van de meisjes van Ialma, zelfs een Afrikaans tintje krijgt.

Ook op Jorden/Terra is Ialma prominent aanwezig maar het nummer start op zijn Scandinavisch, met Soetkin Collier die de Zweedse tekst moeiteloos naar haar hand zet. De tekst kwam trouwens uit de pen van Emma Härdelin, frontvrouw van het Zweedse Garmarna. Halverwege het nummer valt Ialma in met Gallicische gezangen en ritmes en bouwt het nummer moeiteloos een brug tussen Noord- en Zuid-Europa.

Bourrée d’Erasme is een op-en-top Urban Trad-nummer, met alle ingrediënten die het zo’n nummer maken: sterke opbouw, stevig ritme, herkenbare melodie en uiterst dansbaar. Gloednieuwe accordeoniste Sophie Cavez, ook bekend van Dazibao, toont zich hier een waardig vervangster van Didier Laloy, de voormalige accordeonist die voor andere projecten koos. Ook geslaagd is het jazzy/funky bruggetje halverwege met synthesizer-effecten en de keuze voor de draailier als ondersteuning.

Dit album werd vooraf gegaan door de puike singel De l’air, een folknummer met sterke popinvloeden. Een beetje zoals Ambrozijn deed met hun A Song. Zang en tekst primeren maar waar bij Ambrozijn Wim Claeys voor de mooie accordeon-touch zorgde, treed bij Urban Trad een volle sound op de voorgrond. De tekst werd door Yves Barbieux geschreven en gaat over politieke gevangenen en het besef een vrij mens in een vrij land te zijn. Muzikaal deed het nummer mij wat denken aan Rap a doo, uit hun eerste album.

Valse 98 is een, u raadt het al, rasechte wals. Het tempo wordt wat omlaag geschroefd, er wordt tijd genomen om te genieten. Dat merk je alleen al aan de new age-achtige intro, met waaiende winden en een op tempo komende doedelzak. Two hornpipes geeft de luisteraar wat het belooft: 2 hornpipes, Ierse dansen, overgoten met een swingend Urban Trad-sausje.

Urban Trad zingt in vele talen, waaronder het Frans, Engels en natuurlijk een zelf uitgevonden taaltje, waarmee ze de harten van de Eurosong-jury’s veroverden in het nummer Sanomi. Het enige Nederlandstalige nummer op Elem is Zout, een zeemzoet liedje, deinend op een mooie melodie, gezongen door Soetkin Collier en geschreven door Gerry Demol, die ook de liedjes leverde voor Kleine Blote Liedjes, het project dat hij samen met Eva Deroovere uitwerkte. Op Mind the gap horen we dan weer dat zelf verzonnen taaltje, op een bedje van muziek die wat Oosters klinkt en waarin we zelfs de typisch Tuvaanse keelzangers menen te herkennen.

Eigenlijk telt Elem slechts 10 nieuwe, volwaardige nummers. Het elfde is een intro voor het twaalfde, wat op zich dan weer een remix is van Vodka Time, dat al op de eerste Urban Trad cd, One O Four, te horen was. Een degelijke remix, daar niet van, maar in mijn ogen wat overbodig. Misschien hadden ze beter wat meer tijd genomen om nog wat nieuwe nummers af te werken. Want ook het dertiende en laatste nummer is niet nieuw. Als bonus werd een live-versie van Lampang/Mideau Rhémila op Elem gezwierd, een nummer dat we al kenden van de tweede cd, Kerua. In de live-versie horen we wel wat kreetjes en gejuich maar echt veel vernieuwend gebeurt er niet. Jammer, want de nieuwe nummers op Elem staan als een huis en bewijzen eens te meer dat Urban Trad in België en zelfs in het buitenland aan de top staat als het gaat om opzwepende folkrock, folkdance en folkcrossover. ‘Bruggen bouwen’ is hun boodschap en dat doen ze wonderwel, zowel met de groepsleden van verschillende komaf, de taal als de muziek. Als ze zo blijven verder bouwen ligt misschien nog een grote internationale toekomst in het verschiet.

|Stijn|

Discografie:
• Elem (2004). Universal Music
• Kerua (2003). Universal Music
• One O Four (2000). Universal Music

Website Urban Trad

Top


Värttinä – Iki

VärttinäIn 1983, op amper 12-jarige leeftijd, richtte Mari Kaasinen samen met zus Sari en een aantal vriendinnen uit het afgelegen Finse dorpje Rääkkylä Värttinä op, een zanggroepje van meisjes die graag traditionele Karelisch-Finse liedjes zongen. Vandaag is Värttinä een begrip in de Scandinavische folkmuziek, tot ver buiten de Finse en Europese grenzen. De inmiddels meer dan 20-jarige geschiedenis van Värttinä is er één met vele gedaantewisselingen. Mari zag heel wat muzikanten en zangeressen komen en gaan, waaronder ook haar zus Sari. Tegenwoordig bestaat de groep uit het vrouwelijke zangtrio Mari Kaasinen, Susan Aho, Johanna Virtanen en zes (mannelijke) muzikanten, waarvan bouzouki-speler Janne Lappalainen de langste staat van dienst heeft.

Het handelsmerk van Värttinä is de meerstemmige zang van de frontvrouwen, de ene keer perfect harmonisch en warm, de andere keer ijzingwekkend schril en dissonant. Ook het onverstaanbare Finse taaltje, de vaak tegendraadse ritmes en de muzikale Balkaninvloeden bepalen mee het typische geluid van de groep. Meestal worden de liederen begeleid door gitaar, bouzouki, accordeon, viool, bas en drums/percussie. Soms doen de dames het volledig a capella en nog een andere keer laten ze de muzikanten alleen aan het werk in de meestal opgewekte instrumentale deuntjes.

Hoewel Värttinä op hun eerste albums zeer traditioneel klonk (remember Selinko, zonder twijfel het beste Värttinä-album totnogtoe), slaagde de groep er met de jaren in om hun muziek een hedendaags accent mee te geven. Dit verklaart waarschijnlijk ook voor een deel hun huidige succes en hun sterke live-reputatie waar we ook in ons land reeds meerdere malen getuige van konden zijn.

Met ‘iki’ keert Värttinä als het ware een beetje terug naar hun akoestische roots. En ze slagen hier perfect in… Het album begint tamelijk ingetogen met het korte a capella nummer Syyllinen Syli (Faithless Arms), solo ingezet en na een tijdje vergezeld door de andere stemmen. Deze track wordt op het einde van het album nog eens overgedaan maar dan in een langere en krachtigere versie; eerst prachtig meerstemmig om solo te eindigen zoals de plaat begon. Ook bij Tuulen Tunto (To Feel the Wind) is het rustig genieten geblazen. In Sepän Poika (The Blacksmith’s Son) komt voor de eerste keer de power van de groep naar boven. Dit nummer is bovendien het toonbeeld van hoe de subtiele percussie de muziek van Värttinä een eigen typische sound geeft. Het dynamische Tauti (Disease) wordt dan weer gekenmerkt door de bijna onbeheersbare ritmes en de instrumentale breaks die een Turks klinkend accent meekregen.

Beste nummer op het album is ongetwijfeld Morsian (The Bride): een prachtig, rustig liefdeslied waarbij de zangstemmen elkaar perfect aanvullen. De begeleidende accordeon, die vooral tussen de zang door met wondermooie melodieën op de voorgrond treedt, zal menig luisteraar de bijhorende Finse rillingen bezorgen. Nahkaruoska (Leather Whip) is dan weer een uitermate krachtig en opzwepend nummer, en eentje waarin de onverstaanbare klanken u in een razend tempo om de oren vliegen. Absoluut ook een van de betere nummers! Dit laatste kan echter niet gezegd worden van de daaropvolgende track, het nogal zagerige Maahinen Neito.

Volledig vocaal gaat het er vervolgens aan toe in Potran Korean (A Sturdy, Handsome Lad), uitzonderlijk zelfs met een mannelijke zangstem. Vihi is het noodzakelijke, maar helaas enige instrumentale nummer op de plaat. Want deze vrolijke track, met accordeon en viool in de hoofdrol, en de knappe percussie en warme baspartij in een bijrol, smaakt naar meer…
Het rustige en ietwat melancholische Hopeat (Silver) moet het vooral hebben van het leuke refrein en het samenspel tussen whistle, accordeon en viool tijdens de instrumentale gedeeltes. Het ingetogen Tumma (Dark) start met bouzouki en één stem, waarna de andere dames en instrumenten invallen. Dit nummer, met een zeer mooie melodielijn, is er opnieuw eentje waarin de vocale en instrumentale kwaliteiten van de groep perfect in elkaar vloeien. Na enkele mindere albums is dit terug een échte Värttinä-plaat!

|Wouter|

Discografie:
• Iki (2003). Fréa Records
• 6.12. (2001). Fréa Records
• Ilmatar (2000). Fréa Records
• Vihma (1998). BMG
• Kokko (1996). Warner Nonesuch Records
• Aitara (1994). Music & Words Records
• Selinko (1992). Music & Words Records
• Oi Dai (1991). Oy Sonet
• Musta Lindu (1989). Olarin Musiikki
• Värttinä (1987). Mipu Music

Website Värttinä

Top


Wolfstone – Almost an island

WolfstoneGroepsleden van het eerste uur Duncan Chisholm (viool) en Stuart Eaglesham (gitaar/zang) leerden elkaar in de late jaren ‘8O kennen tijdens een jamsessie in een Schotse pub. Dit was het startschot van een muzikale samenwerking die zich aanvankelijk richtte op traditionele Schotse dansmuziek. Maar wat begon als een traditionele muziekgroep evolueerde na het aantrekken van een drummer, bassist en piper al snel naar een Keltische folkrockformatie. Wolfstone was geboren en begin jaren ’90 meteen ook hun eerste album. Vandaag zijn ze één van de betere Schotse groepen in de Keltische folkrockscene.
Eigen aan de muziek van Wolfstone zijn hun instrumentale nummers, die hoofdzakelijk worden gedragen door de pipes van Stephen Saint en het elektrische gitaargeweld van de zanger/gitarist.

Met Almost An Island is Wolfstone toe aan haar achtste plaat. Het album bevat 4 songs en 6 instrumentale nummers. De ‘instrumentaaltjes’, die meestal bestaan uit vlot in de oren klinkende reels, gespeeld op pipes en – in mindere mate – op viool en whistle, zijn het best te smaken. Het jammere is echter dat de reels, net zoals de opbouw van de nummers zelf, nogal sterk op elkaar lijken waardoor het album wel eens snel zou kunnen gaan vervelen.

Het openingsnummer The Piper and the Shrew is alvast één van de betere tracks op de plaat: een korte, sterke reel met een knap samenspel tussen pipes en viool. Elav the Terrible is van hetzelfde kaliber, op uitzondering dan van de irritante “yeah’s” die doorheen het nummer zijn verweven: helaas een mislukte poging om wat meer variatie in de muziek te brengen. La Grand Nuit du Port de Peche en The Panda zijn met elkaar vergelijkbaar: leuke tunes hoewel ze niet altijd kunnen blijven boeien. En wat de opbouw betreft is het zoals bij de meeste instrumentale nummers: een ingetogen start op viool of synthesizer, de drums die na een poosje invallen en de muziek tot leven brengen, de pipes die daarna op de voorgrond treden om vervolgens te exploderen in het gezelschap van een (soms té stevige) elektrische gitaar.

Beter geslaagd qua arrangement is 5/4 Madness, een track van de hand van gastmuzikant en accordeonvirtuoos Phil Cunningham waarmee op vorige albums ook al werd samengewerkt. Alleen spijtig van het overbodige, bijna ‘symfonische’ tintje dat het meekreeg. Het beste instrumentale nummer op het album is wat mij betreft Davie’s Last Reel: swingende folkrock met de pipes in een sublieme hoofdrol.

Over de songs dan. Omwille van de toffe melodielijn en de pipes die op even toffe wijze de zang aflossen, is het up-tempo liefdesliedje The Queen of Argull eigenlijk het enige gezongen nummer dat echt kan bekoren. Over Where the Summers Go, en vooral Jericho en All Our Dreams, kunnen we best kort zijn. Het zijn niet meer dan doorsnee rocksongs met een folky accent waarvan de zangpartijen meestal iets te hoog zijn gegrepen voor zanger/gitarist Eaglesham. Dan toch liever de instrumentaaltjes…

|Wouter|

Discografie:
• Almost an Island (2002). Once Bitten
• Not Enough Shouting (2000). Once Bitten
• Seven (1999). Green Linnet
• Pick of the Litter (1997). Green Linnet
• The Half Tail (1996). Green Linnet
• Year of the Dog (1994). Green Linnet
• The Chase (1992). Green Linnet
• Unleashed (1991). Green Linnet

Website Wolfstone

Top


Yevgueni – Kannibaal

Yevgueni - KannibaalOnlangs viel er bij Folkspot.be een ceedeetje in de brievenbus van een jong trio dat zichzelf 'Yevgueni' doopte, naar 'Evguenie Sokolov', een roman van Serge Gainsbourg. Verder dan dat gaat de vergelijking niet want op hun debuut 'Kannibaal' put Yevgueni uit een heel ander vaatje. Hun muzikale en tekstuele inspiratie halen ze vooral uit de Vlaamse en Nederlandse kleinkunst en Nederlandstalige pop en rock. De jongens van Yevgueni luisterden bijzonder goed naar lieden als Wim de Craene, Gorki’s Luc de Vos, Frank Boeijen, Boudewijn de Groot, Stef Bos, Wigbert van Lierde (die ook op deze cd meespeelt) en andere koorknapen van het betere Nederlandstalige lied. Maar daarmee willen we absoluut niet gezegd hebben dat Yevgueni onvervaard de mosterd elders gaat halen. Neen, Yevgueni heeft een eigen, melodieus geluid, een slaande, dan weer zalvende pen en de nodige zin voor ironie.

Denk maar aan het uitermate vrolijke riedeltje Oud en versleten, waarin op lichtvoetige wijze het pijnlijke onderwerp 'euthanasie' wordt aangekaart. 'Ik schrijf vooraf wel een briefje dat het per ongeluk is gegaan', zingt Klaas Delrue met een vette knipoog.

U misschien wel al bekend van Radio’s 1, 2 en consoorten is de single Als ze lacht. Een nummer met zo’n lichtheid van tekst en muziek dat je er stante pede vrolijk van wordt. Verplichte kost bij ochtendlijke auto- of treinritjes naar het werk en andere minder aangename bezigheden.

Van Suzanne Vega leenden ze het wondermooie In Liverpool, om het in een typisch Yevgueni-jasje te steken. Dat jasje heet In deze stad en hoeft amper onder te doen voor het origineel, hoewel je zelfs met een aangename stem als die van zanger Klaas nooit kan tippen aan de zoetgevooisde Vega. Puik vertaald overigens.

Wat minder vond ik Mama ik wil papa. De tekst over een kind dat zijn vader mist, terwijl die vader zich uit de naad werkt voor datzelfde kind, is wel bijzonder origineel, maar de carnaval- en hoempapasfeer waarin dit nummer baadt strookt niet echt met de rest van Kannibaal. Ook Wat zal het zijn vond ik er wat over. Grappig, dat wel, maar een beetje bizar, hoewel de melodie er best mag wezen.

Het titelnummer van Kannibaal is dan wel weer aardig te pruimen. Een kannibaal blijft als enige over op deze aardkloot omdat hij te gulzig was. Niet echt handig voor een kannibaal. Hij siert dan ook de hoes van de cd, onderwijl aan zijn eigen vingers knabbelend. Mooie melodie ook, ligt lekker in het oor en heeft een snedig tempo.

Sara deed mij van ver een beetje denken aan Monica van het Nederlandse Circus Custers. Nummers als Alsof er niets gebeurde en Eenzaam zonder jou werden dan weer gekruid met een flinke dosis weemoed en Gezellig beschrijft op cynische wijze hoe schrijnend iemand kan terugblikken op zijn mislukte levensloop. Ook in het teer gezongen Robbie is de meelij en melancholie niet ver te zoeken.

Slotsom? Yevgueni bracht een veelbelovend debuut uit waarvan enkele liedjes zich al snel in mijn hoofd nestelden. En wie een feel good-hit kan schrijven als Als ze lacht, verdient hopen respect. De vergelijkingstest met hedendaagse Nederlandstalige groten als Bart Peeters en Pieter Embrechts doorstaan ze met glans. De heren van Yevgueni hebben alvast een ijzersterke sollicitatie afgeleverd en zullen zonder twijfel door hun luisteraars worden uitgenodigd voor een nieuw gesprek. Ijzersterke melodiën en teksten die neigen naar waar meesterschap - enkele schoonheidsfoutjes even niet meegeteld - mogen ze alvast op hun curriculum bijschrijven. Ondertussen kijken wij al uit om hen ergens live aan het werk te zien want een podium is en blijft toch nog altijd dé lakmoestest voor wie iets wil betekenen in de muziek. Veel succes Yef!

|Stijn|

Discografie:
• Kannibaal (2004). Petrol

Website Yevgueni

Top