WIM CLAEYS
Folkspot.be
had op het Folkfestival van Dranouter een gezellige babbel met één
van dé topmuzikanten van de Vlaamse folkwereld: Wim Claeys, accordeonist
bij o.a. Ambrozijn, Tref, G.O.Z.E en initiatiefnemer van de Boombals en
heel wat andere muzikale projecten. We spraken met de sympathieke Gentenaar
af, kort na zijn optreden met Folk², de Vlaamse gelegenheidsgroep
die ter ere van 30 jaar Dranouter in het leven werd geroepen. Folkspot.be
had het met Wim Claeys over hoe hij in de folkmuziek belandde, de huidige
Vlaamse folkscene, zijn verschillende groepen, de Boombals en volksdans…
Folkspot.be:
Wim Claeys, kort na het zeer geslaagde optreden van Folk²…
Hoe voelt het om hier op het podium te staan?
Wel, als ik op een podium sta, dan ben ik iemand anders. Je moet beantwoorden
aan een soort beeld van de mensen. Op één of andere manier
toch... Uiteindelijk blijft dat mijn beeld hoor. Maar ik doe het graag.
Ik voel mij goed op het podium of voor een publiek. En ik ben al een paar
keer op mijn bek gegaan dus ik weet wel waar de grenzen liggen…
Folkspot.be: Hoelang ben je nu met folkmuziek bezig?
Ik ben daarmee begonnen toen ik ongeveer 20 jaar was. Toen kwam ik uit
de humaniora, wist totaal niet wat ik ging doen en heb daarna echt nog
een paar rare stappen gezet. Een jeugdvriend van mij was indertijd bij
een volksdansgroep. Ik kende die wereld totaal niet: ik was een handballer,
leider bij de jeugdbeweging, van alles wat… Nu, die vriend vroeg
mij om mee te gaan met de volksdansgroep naar Hongarije. Ik had toen net
niets te doen, het was na het zesde jaar humaniora, drie maanden vakantie,
dus ja… geen probleem. Ik wilde eerst wel niet meegaan omdat ik
dan ook mee moest dansen… Dat zag ik natuurlijk niet zitten. Hij
begreep dat wel, ook omdat ik die dansen niet kende. ‘Speel dan
blokfluit mee met de muzikanten’, stelde hij dan voor. Ik kon dat
nog wel van uit de lagere school en zag dat wel zitten. Ik heb dan op
heel korte tijd heel hun repertoire geleerd. Ik besefte toen niet hoe
snel en vlot dat dit ging. Dus dat was iets in mij, waarvan ik niet wist
dat het er zat.
Folkspot.be: En daarvoor speelde je niets van muziek?
Nee, niets. Mijn visie daarop is dat je geboren wordt als muzikant. En
als je een muzikant bent, dan komt het er toch uit. Muziek had bij ons
thuis geen plaats. Mijn vader was wel een jazzliefhebber, dus ik kende
wel wat van jazz, maar er werd thuis in feite nooit over gepraat. Toch
niet op de manier waarmee ik nu met muziek bezig ben... En via de volksdansgroep
en mijn blokfluit ben ik dus in de volksmuziek gerold, en ik deed dat
graag, het ging gemakkelijk.
In dezelfde zomer heeft diezelfde vriend mij meegenomen naar de stage
in Gooik waar ik dan voor de eerste keer een ‘trekzak’ heb
gezien, en mijn ogen vielen uit mijn kas! Ik ben thuis gekomen van die
stage, heb mij er ook één gekocht en dan heeft mijn leven
een bocht van 180° genomen. Toen ben ik gestopt met school, met de
jeugdbeweging, met mijn lief, met alles… Thuis natuurlijk zware
boel omdat ik niet meer wilde verder studeren – ik zat op de universiteit.
Plots was er maar één ding in mijn leven: muziek. Dat was
’s morgens opstaan, accordeon pakken, beginnen spelen en alles vergeten…
Zo ben ik eigenlijk in de folkmuziek gerold.
Folkspot.be: Gooik is blijkbaar voor vele jonge folkmuzikanten
een opstap geweest? Stefan Timmermans (van o.a. Fluxus, Madingma), de
meisjes van Laïs, …
Ja, er zijn er velen die daar groot zijn geworden. Ik ken die ook allemaal
van toen. Wij waren toen allemaal jonge gasten die daar rondliepen en
die ’s avonds naar het bal gingen, met elkaar dansten en met elkaar
muziek speelden. Dat was een kliek die eigenlijk nog altijd bestaat.
Folkspot.be: Wat moeten we ons daar bij voorstellen, een folkstage
zoals in Gooik?
Daar worden cursussen gegeven waarvoor je je kan inschrijven, uit een
aanbod van ongeveer twintig cursussen: doedelzak in verschillende niveaus,
accordeon in verschillende niveaus, viool, enz. Je kiest uit wat je het
best ligt. En dan is het elke dag les van een leraar die je inleidt in
de volksmuziek. Bovendien wordt er daar ook op een folk-achtige manier
lesgegeven: op het gehoor, niet met partituren.
Ik geef zelf ook cursussen met bladmuziek (dus met partituren). Het is
te zeggen, in principe geef ik les op het gehoor, maar degenen die willen
mogen ook op de partituur kijken. Ik doe alsof dat blad er niet is, maar
het is er wel.
Folkspot.be: Bladmuziek, het lezen van noten en partituren, dat
heb je niet geleerd in Gooik?
Neen, dat heb ik geleerd in de muziekschool. Ik nam het zeer serieus op
toen ik met muziek begon en ik dacht: dat is iets waar ik niet onderuit
ga kunnen. En dan heb ik mij - ongeveer een jaar later – ook ingeschreven
in de muziekschool, de volwassenencursus notenleer. Daar studeerde ik
af in 1994.
Folkspot.be: Hoe verliep het dan verder?
In ’94 ben ik mee geweest naar Zweden, met Ethno (muziekstage voor
jongeren over de hele wereld, nvdr), maar zoveel jonge mensen die folk
spelen waren er toen nog niet: je had de meisjes van Laïs, Stefan
Timmermans en nog een paar. We waren niet met honderden zoals nu hé…
En in Zweden was de folk toen zoals dat nu hier is: echt een bruisende
cultuur. Dat heeft mij enorm aangegrepen, en één van de
leiders op Ethno was leraar op een full time volksmuziekschool, waar je
36 uren in de week les volgde. Ik heb toen op dat kamp ingangsexamen gedaan
omdat er nog plaats was voor enkele mensen. Alleen, ik moest toen op twee
uur tijd beslissen of ik het zou doen of niet. Ik bijgevolg naar mijn
ouders gebeld van ‘ik ga hier een jaar in Zweden blijven’...
Grote paniek bij mijn ouders natuurlijk! Maar ik heb dat toen dus toch
gedaan en in dat jaar ben ik de muzikant geworden die ik nu nog altijd
ben. Ik had daar een volledig gamma aan muziekvakken, gaande van samenspel
tot theoretische harmonie, piano, koorzang, noem maar op. Dus een volledige
opleiding, maar alles vanuit een folk-hoek bekeken.
Toen ik terug kwam zijn we begonnen met Ambrozijn. Wouter (Vandenabeele)
kende ik al, Tom (Theuns) heb ik dan die zomer leren kennen. We zijn met
ons drieën beginnen jammen… Ambrozijn van vandaag is eigenlijk
ook het Ambrozijn van aanvankelijk. Toen zijn Jo en Soetkin erbij gekomen,
twee zangeressen, waar we dan een jaar mee getoerd hebben. Vervolgens
is Ludo (Vandeau) erbij gekomen, waar we vier jaar mee hebben getoerd.
En nu zijn we weer terug bij het oorspronkelijke Ambrozijn.
Folkspot.be: De nieuwe CD van Ambrozijn is net uit. Een hele
andere als de vorige albums... Vanwaar die keuze?
Dat was eigenlijk geen keuze. Je moet weten dat Tom eigenlijk al van heel
in het begin de spilfiguur van Ambrozijn is, degene die het repertoire
aanlevert, die de liedjes schrijft. Tom schrijft al liedjes van toen hij
vijftien jaar was. Hij is nu 34 en heeft dus een pak liedjes geschreven.
Hij schrijft zowel in het Nederlands als in het Frans als in het Engels.
En met Ludo en de zangeressen hebben we eigenlijk nooit een Engels liedje
gedaan. Alle Franse en Vlaamse liedjes van Tom zijn eigenlijk op, of die
zijn nog aan het komen… Dus we hadden een hoop Engelse liedjes die
hij ook wilde doen maar Ludo zag het niet zitten om in het Engels te zingen.
Dat ligt hem niet, en dat is natuurlijk zijn keuze. Hij is nu bezig in
het Spaans en in het Frans en zo… Dus was de keuze eigenlijk hard
en duidelijk om met drie voort te doen…
We beseffen heel goed dat er voor heel wat mensen een soort kink in de
kabel is gekomen, die zeggen ‘je moet van naam veranderen, dit is
Ambrozijn niet meer’. Maar voor ons is dat helemaal niet zo, voor
ons is dat Ambrozijn zoals dat altijd geweest is. Ambrozijn is altijd
al een trio van muzikanten geweest die samen hebben gewerkt met zangers:
met Gabriel Yacoub, Paul Rans, Ludo, Jo en Soetkin, ... We hebben al met
zoveel zangers en zangeressen samengewerkt. Maar in wezen is er eigenlijk
niet veel verschil, terwijl dat voor veel fans wel het geval is. We begrijpen
dat wel, maar we kunnen er ook niet aan doen dat de mensen dat zo opvatten.
Folkspot.be: Je zit ook nog in Tref, G.O.Z.E., … Je bent
full time muzikant, zowel als lesgever als muzikant?
Wel, lesgeven probeer ik te beperken tot één dag in de week.
Want als je zoveel speelt komt lesgeven daar maar bovenop. We zijn hier
in Dranouter begonnen met de volksmuziekschool - eigenlijk onder de paraplu
van de academie van Ieper. Natuurlijk, als je begint met ‘trekzak’
en met doedelzak… zoveel kandidaat-leraars zijn er niet hé.
Het was eigenlijk logisch dat ze bij mij terecht kwamen want ik ben eigenlijk
de enige die in de beurt woont – en dat is dan nog maar in Gent.
De meeste potentiële leraars accordeon wonen in Brussel of nog veel
verder.
Ik doe het ook graag en ben ook een opgeleide leraar. Maar muziek geven,
dat zuigt je muzikaal leeg. Dat neemt energie weg die je nodig hebt op
een podium. Daarom dat ik het lesgeven toch tot een minimum probeer te
beperken. Ik geef dan ook alleen ‘s maandags les, een dag waarop
er ook bijna geen optredens zijn. En ik heb ook een duidelijke afspraak
met de muziekschool dat, wanneer ik moet optreden of op tournee ben, ik
later die lessen kan inhalen. Gelukkig is de directeur van Ieper een crème
van een gast die mij de vrijheid geeft om dat zelf een beetje te plannen.
Folkspot.be: En met het combineren van jouw verschillende groepen,
daar zullen toch ook goede afspraken bij aan te pas komen?
Ja, dat is altijd puzzelen. Soms hou ik daar wel eens een kater aan over
omdat het echt te veel wordt. Vaak moet ik dan heel harde knopen doorhakken.
En bij Ambrozijn heb ik geen vervanger, bij Tref wel…
Tref is niettemin mijn lievelingskind. Dat heb ik opgestart. Ambrozijn
– dat ik wel mee heb opgestart – draait vooral rond Tom, die
een enorm rijke muzikale wereld heeft en waar ik zeer veel van geleerd
heb. Maar Tref draait in feite rond mijn muziek. En Gezellig Onderuit
Zonder Elektriek (G.OZ.E.) is dan weer zo een perfect huwelijk tussen
Maarten (Decombel) en mij. Toen ik Maarten heb leren kennen op Ethno in
Vlaanderen en Zweden heeft hij mij muzikaal echt gepakt, zoals nog geen
andere muzikant dat ooit gedaan heeft. Ik weet dat nog goed, hij speelde
toen ‘Ik zag Cecilia komen’ – je weet wel dat traditionele
Vlaamse liedje – en vanaf de tweede noot wist ik al wat ik nu nog
weet van G.O.Z.E.: dit wordt het. En het is waar gebleken ook… Samenwerken
met Maarten is het summum, het is juist of ik dan met mijzelf samenwerk.
Ik ben zeker dat hij dat gevoel ook heeft. Vanavond – het Boombalbombardement
– dat draait op ons tweeën hoor. Ik ben wel de frontman, maar
dat draait evengoed rond Maarten: hij neemt de ritmesecties voor zijn
rekening, zorgt dat de arrangementen kloppen en ik zorg voor de melodiesectie.
Folkspot.be: Het Boombal dan. Hoe is dat ontstaan?
Het idee van een Boombal is ontstaan toen we met een paar Gentse leerlingen
van een stage in Nederland terugkwamen, waar er toen ook gedanst werd.
Nu, bij mij leerden ze uiteindelijk balmuziek. Bourrees of mazurka’s
spelen, dat doe ik het liefst en het best van alles. Maar we bleven toen
een beetje met die balmuziek zitten en dachten van ‘we zouden mensen
daarop ook een keer moeten kunnen laten dansen’… En toen we
terugkwamen uit Nederland – rijdend in de auto – waren we
daar dan over bezig. Ik had zoiets van: ‘OK, we gaan dat gewoon
doen. We gaan in plaats van vier keer in de maand lesgeven, drie keer
lesgeven en één keer bal spelen waarop de mensen mogen komen
dansen. In september 2000 is dat dan voor de eerste keer doorgegaan, in
een garage van één van mijn leerlingen. Dat was echt superklein,
waar maar twintig mensen konden dansen… Die eerste keer stonden
er dan tien leerlingen op het podium en enkele dansers – vrienden
van mij, o.a. van Ethno en studenten. En zo is dat eigenlijk ontstaan,
op een heel spontane manier. Ik weet wel nog dat ik vanaf de eerste keer
een emaillijst bijgehouden heb om nadien ook uitnodigingen te kunnen uitsturen,
wat ik nu nog altijd doe. Ondertussen is dat een lijst geworden van 5
à 6.000 mensen. Dus als we nu nog Boombals organiseren: één
druk op de knop en iedereen weet het.
Folkspot.be: En vanwaar dan de naam ‘Boombal’?
Omdat het eerste bal – in die garage – in de Boomstraat doorging:
bal in de Boomstraat…: ‘Boombal’.
Folkspot.be: Had je het succes van de Boombals verwacht? Als
je hier in Dranouter kijkt: een hele namiddag Boombal, het Boombalbombardement…
Nee, zoals hier in Dranouter, dat had ik niet kunnen voorspellen. En tijdens
de Gentse feesten! Dat was ongelofelijk… Nu, eigenlijk heb je twee
soorten Boombals. Je hebt de Boombals die nog altijd met dezelfde vrijwilligerskern
als vroeger georganiseerd wordt, en je hebt ook Boombals die professioneel
onder handen worden genomen. En dat is Klesie (artiestenbureau gericht
op folk, nvdr) die dat in feite doet in opdracht van mijn v.z.w. Maar
de kleine Boomballetjes, waar er telkens maar een 100 mensen binnen kunnen,
zitten telkens stampvol. Ze zijn bovendien supergezellig en de echte dansfreaks
komen daar naartoe omdat ze weten dat daar enkel de goede dansers komen.
Terwijl op de grote Boombals uiteraard iedereen afkomt. En toch…
Het blijft wat het is, het blijft Boombal.
Folkspot.be: Ben je zelf een fervente danser?
Neen. Ik kan al die dansen wel, maar een fervente danser? Dat ben ik niet,
nee.
Folkspot.be: De Boombals zijn dus eigenlijk vanuit de muziek
ontstaan, en niet vanuit het dansen zelf?
Ja, inderdaad. De bedoeling van het Boombal is niet het dansen maar wel
de muziek. Vanuit de muziek is het idee ontstaan. Het ging er aanvankelijk
om om mijn leerlingen te kunnen doen spelen, en nu voor de groepen een
podium te geven. Want als je een folkmuzikant bent is bals spelen een
veel natuurlijkere manier om muziek te spelen dan gewoon een concert te
geven. Want de folk van vandaag is geëvolueerd vanuit de traditionele
volksmuziek, en traditionele muziek heeft altijd een functie gehad in
onze maatschappij. Dat was muziek die altijd ergens voor diende: bij een
ceremonie, als begeleiding bij een optocht, als begeleiding van Driekoningen-zingen,
als begeleiding om te dansen… En Boombal behoudt eigenlijk die traditionele
functie van de muziek: het gaat niet alleen om de muziek, maar eveneens
om dat dansen. En tegelijk gaat het dan weer wel om de muziek want ik
geef aan al die groepjes die muziek willen spelen een ideaal podium.
Als je een concert hebt, staan daar allemaal mensen die komen luisteren.
Dus je moet die mensen een uur, anderhalf uur lang kunnen boeien. Maar
dat is een muzikaal vak dat je moet kunnen beheersen en is dus niet evident.
Zeker niet als je met folk- of dansmuziek bezig bent. Op een folkbal speelt
het niet echt een rol hoeveel keer je een polka speelt, hoeveel keer dat
je een melodie zonder variatie speelt of dat je fouten speelt. Daar maalt
niemand om want er wordt gedanst. Dat is de kracht van Boombal ten opzichte
van de muzikant. En het gevolg is dat heel veel groepen die een concertrepertoire
hadden, omwille van de Boombals nu ook een balrepertoire ineen botsen.
Indertijd, toen we ermee begonnen werd er juist neergekeken op folkbals…
Neem nu bv. Follia! die juist een CD hebben uitgebracht, supergoede concertmuziek.
Maar daarnaast hebben zij ook een balrepertoire waarin zij concepten van
hun CD gebruiken. Natuurlijk, je hebt een beetje andere regels bij een
bal… Ritmisch mag je uw zin niet doen, een bourree moet een bourree
zijn. Dus ritmisch zit je wel met bepaalde regels, hoewel die nu ook weer
niet zó strikt zijn… Het moet uiteraard in de eerste plaats
dansbaar blijven.
Folkspot.be: Waarin verschilt de wereld van de Vlaamse traditionele
volksdans van deze van de Boombals?
Voor mij is dat een zeer grote wereld van verschil, omwille van verschillende
redenen. Om te beginnen heeft volksdansen in vergelijking met balfolk
een publiek nodig, terwijl dat bij Boombal of balfolk niet het geval is.
Balfolk heeft alleen maar muzikanten en dansers. Dus de beleving bij Boombal
is in feite identieker dan bij volksdans. Volksdans is folklore, voor
een publiek staan en een soort stripverhaalachtig beeld neerzetten van
hoe het in het verleden was – vaak dan nog met slechte muziek. Bij
Boombal gaan de mensen daarentegen hun cultuur van vandaag zelf beleven,
en dat is het grote verschil. Bovendien is er een sterk mentaliteitsverschil
tussen de wereld van de volksdans en die van de Boombals. En ik doe mijn
best om mij af te zetten tegen dat stripverhaalachtige beeld van de rode
bolletjeszakdoeken en klompen. Trouwens, die kostuums van bij de volksdans
vind ik zever in pakjes. Dat is werk voor historici of voor musea, en
heeft daar een perfecte plaats. Je kunt dat niet verkopen als cultuur
van vandaag. Een jonge gast van vandaag die wil niet tonen hoe het vroeger
was, die wil gewoon plezier hebben. Pas op, ik heb daar niets op tegen,
maar je moet het één niet voor het andere verkopen.
Daarenboven heb je vandaag nog altijd heel wat volksdansgroepen die met
een aangebrand Vlaams nationaal imago zitten of om politieke redenen de
volksdans willen beleven. Die willen een soort bijdrage leveren aan de
wording van een soort Vlaamse staat via de volksdans. Maar dat is zever…
Je moet je amuseren, daar gaat het over bij deze vorm van cultuur. De
grond van volksdansen is trouwens vrouwen of mannen versieren! Dat gaat
daar over… De jonge gasten kwamen – of komen – dansen
om een lief op te doen.
Folkspot.be: Boombal laat daarenboven ook heel wat invloeden
toestromen van andere landen of culturen, zoals bv. uit Bretagne. Is daar
een reden voor?
Klopt. En ik vind dat we ons daar in moeten laten gaan, dat dit niet te
dirigeren is. Twee jaar geleden, reels op een folkbal? Dat bestond niet.
Nu wordt dat meer en meer gedaan. Ik vind dat we geen enkele rem moeten
leggen, we moeten die deur zo wagenwijd mogelijk open zetten… En
willen ze volgende week met Turkse dansen afkomen, en dat valt goed bij
muzikanten en dansers? Dan doen wij dat. Komen ze af met Latijns-Amerikaanse
dansen? Geen probleem. Het gaat om het dansen en om de ontmoeting tussen
mensen. En dan gelukkig rond folkmuziek, want daar gaat het mij om, dat
de folkmuzikanten een podium hebben.
Folkspot.be: Heel hartelijk bedankt!
|Wouter & Stijn|
|
|
|
|
|